Verhandeling over de oorzaken waarom drenkelingen, verstikten en verhangenen " : na uit den schijndood tot het leven teruggebragt te zijn, dikwerf kort daarna eene prooi van den wezenlijken dood worden : benevens de behandling en middelen, welke tot voorkoming van dit ongeval dienen aangewend te worden / door H.J. Schouten.
- Schouten, H. J.
- Date:
- 1822
Licence: Public Domain Mark
Credit: Verhandeling over de oorzaken waarom drenkelingen, verstikten en verhangenen " : na uit den schijndood tot het leven teruggebragt te zijn, dikwerf kort daarna eene prooi van den wezenlijken dood worden : benevens de behandling en middelen, welke tot voorkoming van dit ongeval dienen aangewend te worden / door H.J. Schouten. Source: Wellcome Collection.
Provider: This material has been provided by the Francis A. Countway Library of Medicine, through the Medical Heritage Library. The original may be consulted at the Francis A. Countway Library of Medicine, Harvard Medical School.
290/320 (page 274)
![^denzelven eerder als liet refultaat van de opfcliorting ^der vrijwillige bewegingen, en daarna van de werk- y, tuiglijke, dan van de inademing eener fchadelijke of „doodelijke lucht, welke bij de uitbarfting van den „ blikfem zou ontwikkeld worden. Het leven der planten kan insgelijks door den blikfem vernietigd worden, gelijk zulks reeds door den Abt toaldo , na de geweldige donderflagen, welke in 1784 voorgevallen waren, is opgemerkt geworden, zonder dat deze planten eenig teken van fcheuring of kwetfing aanbieden. Paets van troostwijk (O heeft door proeven bewezen, dat men dergelijke uitwerkfelen door fterke electrifche ontladingen, eveneens bij de planten kan te weeg brengen. Het is dus oogenfchijnlijk, dat alle bewerktuigde wezens aan deze ontladingen ge- voelig zijn, en dat derzelver leven hierdoor kan worden opgefchort, of uitgebluscht; dat, alhoewel de meeste planten, even min als de dieren, zonder dampkringslucht kunnen blijven voortleven, men echter derzelver dood, in deze omftandigheid, niet aan gebrek van deze lucht, of aan verftikking zal kunnen of mogen toefchrijven, maar wel aan eene vernietiging van derzelver levensbeginfel, dat men gevolgelijk, de overeenkomst voor rigtfnoer aanne- mende, niet kan veronderflellen, dat de verftikking de eerfle oorzaak van den dood bij menfchen of dieren is, welke door het onweder getroffen wor- den, (O Verlifindelingen van de ifte Kiasfe van het Koninglijk Neder- landfclie ïnfiituut. enz. 4de Dee] j bladz. i—3.](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b21076911_0290.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)