Volume 1
Herinneringen mit den levensloop van een' indisch ambtenaar van 1815 tot 1851 / [E Francis].
- Francis, Ezelle
- Date:
- 1856-1860
Licence: Public Domain Mark
Credit: Herinneringen mit den levensloop van een' indisch ambtenaar van 1815 tot 1851 / [E Francis]. Source: Wellcome Collection.
94/252 page 84
No text description is available for this image
No text description is available for this image
No text description is available for this image![algemeeue verwarring was er meer voor de maag dan wel voor dek- king van liet ligcliaain gezorgd, en liet schip was spoedig gebersten en met den vloed vol water geloopen. De nood dwong ons een’ blik rondom ons te slaan, om te weten waar wij' ons bevonden. Helaas, de plaats van ons verblijf was slechts een klein onbewoond eiland van naauwelijks acht Eiigelsche mijlen in den omtrek, en, ofschoon rijkelijk begroeid met kokosboomen, leverde het geen het minste bewijs op van versch water. Te vergeefs zochten wij daarnaar, en dit ongerief was te smartelijker, dewijl wij van boord geen zoet water hadden kun- nen redden. Aan de stranden vonden Avij veel klipvisch, doch Avat hielp dit bij het gebrek aan het voornaamste voor ons levens- onderhoud. En eveiiAvel, de maag begon hare regten te doen gelden, en meldde zich aan op eene Avijze, die geene keus over- liet. De geredde levensmiddelen Averdeii bijeengebragt, naauAv- keurig opgenomen, en \yÏ] bevonden een’ genoegzamen voorraad voor den tijd van 21 dagen te bezitten. Men ging daarna over tot het toebereiden van onzen eersten maaltijd op ons eiland, en dezen vergeet ik nooit. In een’ grooten koperen ketel Averd eene genoegzame hoe- veelheid van de door het zeeAvater beschadigde rijst gedaan, bij gebrek van zoet Avater aan gemengd met klapperwater en bier, en aldus op het vuur gezet. Hierbij voegde men, om het mengsel een’ beteren smaak te geven, aaM boter en uijen. Dit alles, goed gekookt, was de spijze, die Avij moesten nuttigen. Doch hoe zagen wij onze hoop teleurgesteld! Stellig vermeen- den wij, dat de beide laatste ingrediënten aan dezen nieuwen schotel ten minste een’ dragelijken smaak zouden geven, en ie- der nam gretig de hem met zorgvuldigheid toegeraeten portie tot zich. Doch bij den eersten mondvol w^erd elk een van dezen ongekenden en nooit geproefd en kost afkeerig* Want zout, bitter en wrang, ging die gedAvongen en met moeite door de keel, en de ledige maag, welke zoo zeer voedsel be- hoefde, verteerde deze spijs zoo goed zij vermogt.](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b2935268x_0001_0096.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)