Magazijn van ontleedkunde, of volledige verzameling van ontleedkundige afbeeldingen van het menschelijk ligchaam. Naar teekeningen der voornaamste geleerden ... als Loder, Rosenmuller ... enz / Met eene uitvoerige verklaring van Th. Richter. Vertaald en ... vermeerderd door S.J. Galama.
- Date:
- 1835-1841?]
Licence: Public Domain Mark
Credit: Magazijn van ontleedkunde, of volledige verzameling van ontleedkundige afbeeldingen van het menschelijk ligchaam. Naar teekeningen der voornaamste geleerden ... als Loder, Rosenmuller ... enz / Met eene uitvoerige verklaring van Th. Richter. Vertaald en ... vermeerderd door S.J. Galama. Source: Wellcome Collection.
13/360 (page 9)
![der Plaat V. V erklaring \ Deze plaat vertoont geopende menschelijke ei- jeren in de eerste maanden der zwangerschap, de vrucht met den moederkoek verbonden uit hare natuurlijke ligging weggenomen en den romp eener vrucht,] ter verklaring van den omloop des bloeds in dezelve. FIG. J. Een door miskraam in de vijfde week der zwan¬ gerheid afgedreven ei, aan hetwelk, nadat het afvallende of Hunter sehe en het omgeslagcn afval¬ lende vlies zijn weggenomen, de vlokkige vaten, die het geheele ei omgeven, zeer duidelijk gezien kunnen worden. In het geopende ei ziet men de vrucht (embryo) welke de gedaante van een wormp¬ je heeft, die hier in hare ontwikkeling is staande gebleven en hoogstens de grootte eener veertien- daagsche kiem of vrucht bereikt heeft. a. Het vaat- of adervlies, op hetwelk de vlok¬ kige vaten, welke zich van uit hetzelve over deszelfs geheele buitenste oppervlakte verbreiden, gezien kunnen worden. b. b. Het lams- of watervlies. c. Het navelblaasje. d. De vrucht, welke naauwkeurig op het na¬ velblaasje geplaatst is. FIG. 2. Een ei, van ten naasten bij 5 of 6 weken. De vrucht is nog onduidelijk, dewijl de uitwendi¬ ge zintuigen nog in het geheel niet te onderken¬ nen zijn; het hoofd is van den romp, en deze van de ledematen alleen door insnijdingen onderscheiden. a. Het ter zijde gelegde stuk van het lains- ^n adervlies, zoo dat de inwendige opper¬ vlakte van het lams- of watervlies bloot ligt. b. De inwendige oppervlakte van het overige gedeelte van het lams- of watervlies. c. c. De uitwendige oppervlakte van het vaat- of adervlies, welke ter dezer plaatse van vlokken ontdaan is. d. d. d. De vlokkige vaten, welke het grootste gedeelte van het ei omgeven. e. Het navelblaasje, hetwelk nog in de navel- scheede ligt. f. De navelstreng, die nog kort en dik is. g. Het hoofd of het bovenste gedeelte van de vrucht. k. De romp of het onderste gedeelte der vrucht. FIG. 3. Een geopend ei van ten naasten bij 6, 7 we¬ ken. De navelscheede, welke een gedeelte darm, het navelblaasje en de navelvaten bevat, is geo¬ pend; de uitwendige zintuigen van de vrucht zijn nu kenbaar, gelijk tevens de ledematen als stomp¬ jes duidelijker te zien zijn. a. Het ter zijde gelegde gedeelte van het vaat- en lamsvlies. b. b. De inwendige oppervlakte van het lams- of watervlies, welke met het vruchtwa¬ ter of lamsvocht de vrucht van nabij om¬ geeft. c. c. De uitwendige oppervlakte van het vaat- of adervlies, welke met enkelde vlokkige vaattakken bezet is. d. d. De vlokkige vaten, welke den moeder¬ koek vormen. , e. e. De geopende navelscheede, welkers lap¬ pen ter zijde gelegd zijn. f. Het navelblaasje, hetwelk door middel van een draad met de in de navelscheede lig¬ gende deelen van den darm verbonden is. g. Een gedeelte van den dunnen darm in de navelscheede. h. De navelvaten, welke het voorkomen van draden hebben. FIG. 4. Een ei van denzelfden ouderdom door een ver¬ grootglas beschouwd. De ruimte tusschen het vaat- vlies en het lamsvlies was met een helder en doorschijnend gestremd vocht opgevuld, zoodatmen de met bloed opgevulde navelvaten en naveldarm- scheelvaten kon waarnemen; de laatste vaten lagen zoo digt nevens elkander, dat dezelve slechts een enkel bloedvat vertoonden. Het vaatvlies is gedeel¬ telijk weggenomen. a. a. a. De binnenste oppervlakte van het vaat¬ vlies met de ten deele door hetzelve heenschijnende vlokkige vaten. b. Het lamsvlies. c. Het met een vocht gevulde navelblaasje. d. De draad van het navelblaasje, waardoor hetzelve met den darm te zamen hangt. e. Een gedeelte van den in de navelscheede liggenden darm. 1. De naveldarmscheelsslag-ader (arteria ompha- lo-meseraica). 2. De naveldarmscheels-ader (yena omphalo-me~ seraica). 3. De navelslag-ader. 4. De navel-ader, welkers takken zich in het vaatvlies verbreiden.](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b3044911x_0013.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)