Johan van Beverwijck, in leven en werken geschetst. (Thesis) / door E.D. Baumann.
- Evert Dirk Baumann
- Date:
- 1910
Licence: In copyright
Credit: Johan van Beverwijck, in leven en werken geschetst. (Thesis) / door E.D. Baumann. Source: Wellcome Collection.
Provider: This material has been provided by Royal College of Physicians, London. The original may be consulted at Royal College of Physicians, London.
19/342
![LEVEN. Den 25sten Mei 1611 liet zich te Leiden bij rector Rodolphus Snellius een jonkman als student inschrijven, wiens naam bleek te wezen Johan van Beverwijck en die beweerde 15 jaar oud te zijn. Een kind nog! — zoo zal de niet historisch geschoolde XXste-eeuwer zich verbazen, maar voor die dagen was deze leeftijd toch gansch niets ongewoons; treffen we toch in het Album Studiosorum nieuwe- lingen aan, wier jeugd meer reden geeft tot verwondering over ongewone vroeg-rijpheid. 1) Maar in dit geval zou een lofrede op ’s jongelings merkwaardige begaafdheid bovendien wel geheel misplaatst zijn, daar toch onze Johan — en ook dit is weer niets zeldzaams voor dien tijd 2) — zich een jaar jonger opgaf dan hij werkelijk was: im- mers gerekend naar den datum, dien we als zijn geboortedag weten, was hij toen ruim zestien jaren oud. Den 17den November 1594 werd Johan van Beverwijck te Dor- drecht geboren. 3) Zijn vader, een lakenkooper, (toenmaals een zeer 1) Zoo lieten zich in 1613 inschrijven Willem en Adriaan Marquette uit den Haag (9 en 10 jaar oud), in 1621 Christophei Carolus en Otto de Ruppa (7 en 14 jaar oud), in 1625 Bohuslaw Wenzeslaus, Karei Bernard en Adam Jarosläw van den Bergh (oud 6, 11 en 7 jaar). Hugo de Groot werd op 11 jarigen leeftijd student. 2) «Hoe het komt» — zegt prof. Fruin in zijn aanteekeningen op de «Overblijfsels van Geheugchenis« van Coenraad Droste (pag. 379/38o) — «dat hij (d. i. C. D.) en zooveel anderen insgelijks, in een zaak waarin het bijna onmogelijk is zich te ver- gissen, afwijken van de waarheid, begrijp ik niet, maar niettemin is het zeker, dat men op de opgaaf van den leeftijd der studenten in het album niet vertrouwen kan.« Ik meen de veronderstelling te moeten wagen, dat het willen «geuren« wel de oorzaak zal geweest zijn van het zich te jong opgeven. Nadat in later jaren de minimum-leeftijd voor de inschrijving op 16 jaar was gesteld, wordt ook het zich- te-oud-opgeven verklaarbaar. Wat evenwel den genoemden Coenraet Droste en ook Johan en Cornelis de Witt [die zich in 1641 als resp. 20 en 18 jaar opgaven, hoewel ze twee jaar jonger waren] tot deze onjuistheid mag bewogen hebben, blijft ook dan nog een raadsel. 3) Ik kon dezen datum, door de verschillende biografische woordenboeken op- gegeven, verifieeren, doordat ik in een der brieven door van Beverwijck aan Nie. Heinsius geschreven den 17 Nov. als «[dies] natalis meus« vond vermeld, terwijl in het doopboek der Ned. Herv. Gern, het volgende wordt gevonden: Dec. 1594, «p. Die huysfrouw van Bartholomeus Diericxssz Maricken Claes, ’t k. Jan,« met welken «Jan« wel niemand anders kan bedoeld zijn dan onze Johan van Beverwijck. 1](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b28038083_0019.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)