Johan van Beverwijck, in leven en werken geschetst. (Thesis) / door E.D. Baumann.
- Evert Dirk Baumann
- Date:
- 1910
Licence: In copyright
Credit: Johan van Beverwijck, in leven en werken geschetst. (Thesis) / door E.D. Baumann. Source: Wellcome Collection.
Provider: This material has been provided by Royal College of Physicians, London. The original may be consulted at Royal College of Physicians, London.
32/342 (page 14)
![Pozzuolo,« (d. i. Pozzuoli) een stedeken daar omtrent in steen verandert.« Dit stedeke, gelijk men weet in de oudheid een van de belangrijkste havens van Italië, zegt van Beverwijck, heeft zijn naam te danken aan «de putten met heet water« die daar in de buurt zijn of volgens anderer zeggen «na den stanck van de brandende swavel en de aluyn.« «Omtrent [dat stadje] niet verre van de houve van Cicero,« zoo lezen we elders, «hebbe ick ghesien een kuyl die alle Dieren door een vergiften damp doet beswijmen: dan daer is een poel ontrent, Lago d’Agnano genoemt, die de half-gestickte beesten wederom doet bekomen. De Inwoonders houden hier honden toe, waervan sy voor de vreemdelingen een ofte meer in den kuyl werpen, welckers oogen terstond omdraeyen en vyerigh root werden, soo datse voor doodt nedervallen, ende oock doodt blijven souden, ten ware sy terstond uytghetrocken, en in des Poels stilstaende water gheworpen werden, en dan bekomen sy wederom, en werden fris als te voren. Dese Kuyl wert hierom by de Inwoonders Grotta di Cani, ofte kuyl der Honden ghenoemt.« Van uit Pozzuoli 1) beklom van Beverwijck ook «den Swavelberg Vesuvius teghenwoordigh Monte di Soma 2) genoemt, leggende recht over Napels«, welke naar zijn bewering toen sedert ruim honderd jaren niet meer gespuwd had, «maer schoone wijngaerden [droeg] van Muscadelwijn.« Buiten Napels zag onze reiziger «de overblijfselen van de Vijver van den dertelen Lucullus (Pisana Mirabilo genoemt)« 3) en «een bad-stove (sy noemdense Sudatorio) speloncksgewijs in een klip ge- houden, in dewelcke soo groote hitte was, dat men maer een weynigh daerin geweest sijnde, scheen te versmachten van den heeten damp, die de swavelachtige en brandende gront aldaer opgeeft.« Hij verhaalt ook elders.dat in den omtrek van Napels «het lant door het ghestadigh branden ende opwerpen van swavel geheel losch ende uytgeholt was. My wierde daer vertelt, datter een man wat uyt het spoor gereden zijnde, met syn paard ingesoncken ende gesmoort was.« Ook bezocht hij de «seer oude en treffelicke stadt Cumae«, gele- gen niet verre van de «nu seer groote, edele stadt Napels« en mede 1) Van Beverwijck moet zich hier vergist hebben met ‘t plaatsje Pugliano, van waaruit men ook den Vesuvius kan beklimmen. Pozzuoli ligt noordelijk, de Vesuvius zuidelijk van Napels. 2) Ook dit is een vergissing; de Monte Somma ligt N. O. van den eigen- lijken kegel van den Vesuvius. 3) De Piscina mirabilis is niet de vijver van Lucullus, maar een oud-Romeinsch waterreservoir.](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b28038083_0032.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)