Johan van Beverwijck, in leven en werken geschetst. (Thesis) / door E.D. Baumann.
- Evert Dirk Baumann
- Date:
- 1910
Licence: In copyright
Credit: Johan van Beverwijck, in leven en werken geschetst. (Thesis) / door E.D. Baumann. Source: Wellcome Collection.
Provider: This material has been provided by Royal College of Physicians, London. The original may be consulted at Royal College of Physicians, London.
34/342 (page 16)
![in 1616 een balspel zag «gespeelt voor twee Cardinalen Ubaldini ende de Medici, den Hertogh, de Hertoginne ende het gantsche Hof, na de bruyloft van den Hertogh van Mantua met des Hertoghs van Florenpen suster. Hetwelck niet en gheschieden met een kleynen bal [gelijk in Holland gebruikt werd in de kaatsbaan 1)] maer met een grooten ballon, die door twee partyen (elck bestont uyt twaelf Edelluyden, van d’ eene was des Hertoghs oudtsten soon, teghenwoordigh Hertogh, van d’ander sijn tweede broeder, Don Lorenzo de Medici) in gout en silverlaken, gekleedt over malkanders palen geslaghen werde.« Niet alleen uit sympathie met die stad en haar hoogeschool, maar met een bepaald doel zocht van Beverwijck Padua weer op. Want deze beroemde Universiteit had zijn eerzucht uitverkoren als boven alle waardig om er de Doctorsbul te halen. Dat is hem dan ook niet mislukt. Zijn promotor blijkt Santorio geweest te zijn, ten wiens huize de promotie plaats had. Bij loting werd hem, «gelijck in die Univer- siteyt de manier is,« de uitlegging van een duistere «kortbondige spreucke« van Hippocrates opgelegd, wat hij volbracht tot genoegen van zijn leermeester, hoewel hij het deed «buyten den sin van de Medicijns, maer niet (gelijck ick noch geloove) van de medicijne.« Over deze interpretatie van het Hippocratische aphorisme heeft hij in later jaren nog met Plempius en Salmasius gedisputeerd, gelijk we bij onze verdere beschouwingen zullen zien. Ook Venetië heeft hij bezocht — en wel, naar mij waarschijn- lijk lijkt, na zijn promotie, hoewel dit niet zeker is uit te maken. Hem trof daar het wonderlijke gebruik, dat hij nergens elders in Italië had waargenomen en hetwelk hem ook volstrekt niet sym- pathiek was: «dat de Edelluyden malkanderen op straet ontmoetende, noch op de Romeinsche wijze, den eene den anderen kusschten, dat het klapte.« Hij bezag ook «de kerck van S. Marcus, met kostelicke gesteenten van alderhande coleuren boven aen ’t gewelfsel «alla mosaïca« kostelijck ingeleyt, verscheyde schilderyen uytbeeldende.« «Men hout het daervoor,« verhaalt hij verder «datter eenige zijn van den abt Joachim Sanclori, met dewelcke hy voor vele eeuwen ver- scheyde veranderingen in Italien zoude voor-seyt hebben. Onder welcke sy houden, dat door de vette leeuwen, aldaer afgebeelt, die uyt het water opkomen; ende door de magere, die op ’t lant blijven leggen, hy verstaen heeft de gelegentheyt van de gemeene saeck van 1) Zie een beschrijving van het kaatsspel bij dr. G. J Dozy »Spel en spelen« in «Uit onzen bloeitijd« Dl. I. P-](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b28038083_0034.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)