Onderzoek naar den aard en de oorzaak der beri-beri, en de middelen om die ziekte te bestrijden / Ingesteld, op last der regeering, door Dr. C.A. Pekelharing, ... en Dr. C. Winkler.
- Cornelis Adrianus Pekelharing
- Date:
- 1888
Licence: Public Domain Mark
Credit: Onderzoek naar den aard en de oorzaak der beri-beri, en de middelen om die ziekte te bestrijden / Ingesteld, op last der regeering, door Dr. C.A. Pekelharing, ... en Dr. C. Winkler. Source: Wellcome Collection.
Provider: This material has been provided by London School of Hygiene & Tropical Medicine Library & Archives Service. The original may be consulted at London School of Hygiene & Tropical Medicine Library & Archives Service.
86/160 page 76
![Wij hebben ter vergelijking zoo nauwkeurig mogelijk een doorsnede van den stam (Vergelijk fig. 31). van een normalen Nervus vagus geteekend, naast dien van een N. vagus bij een beri- beri-lijder. ]) En hiermede mogen wij dit hoofdstuk sluiten. De consequente vaststelling eener periphere zenuw-degeneratie bij alle onderzochte personen is het resultaat van het onderzoek van het periphere zenuwstelsel En deze zenuw-degeneratie neemt in intensiteit en in extensiteit af, naarmate men het centrum nadert. De voorste wortels van het ruggemerg. De achterste wortels en de intervertebrale ganglia. Wij hebben er reeds met een woord op gewezen, dat met behulp van osmiumzuur geen verandering der mergscheeden, evenmin in de voorste als in de achterste wortels kan worden aangetoond. Doorsneden bevestigen dit. Ons onderzoek heeft zich vooral uitgestrekt tot de 4de en 5de lendenwortels en tot de l9te en 2de sacraalwortels. Het lag voor de hand deze wortels van den Nervus ischiadicus te onder- zoeken. Wij kenden de onderzoekingen van Luchtmans en hadden rekening gehouden met hun normalen bouw. Met Sibmerlog 2) was ons het bijna volkomen gemis aan fijne vezels der voorste wortels dezer streek bekend. Ons was ook door zijn onderzoek de verdeeling der nevel- vlekken, der fijne vezels van Lüchtmans, bekend geworden. Welnu dan, in de voorste wortels, hebben wij nimmer veranderingen van beteekenis gezien. (Vergelijk Plaat III, fig. 12, 13 en 14). Wij beelden een voorsten lsteu sacraalwortel af in dwarsche en in overlangsche doorsnede volgens karmijnpraeparaten. Wij ontleenden die aan dezelfde autopsie, van welke wij den Nervus popliteus hebben geteekend. (Plaat III, fig. 16, 17, Plaat IV, fig. 18, 19 en 20). Daaruit 1) Het beoordeelen van degeneratie in den stam van den N. vagus die hier geteekend is, is om de ge- noemde redenen moeilijk. De degeneratie was met osmiumzuur aangetoond in de beide N. laryngei, men be- grijpt dus, dat zij in de dikke vezels van den stam evenmin moeilijk is te constateeren geweest. Voorts werd zij met zekerheid aangetoond in de zenuwvezels met merg van het hart; zoowel in dunne als in dikke. In den vagusstam beneden de plaats, waar de N. laryngeus inferior uittreedt, hebben wij geen degeneratie van dikke vezels gezien, en was de toeneming van de fijnere Vezels ons eenig criterium. 2) E. Siemerling, Anatomische Untersuchungen über die menschlichen Rückenmarkswurzeln. Berlin 1887.](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b21364977_0086.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)


