Grondbeginselen der natuurkunde van den mensch / Naar de vierde Latijnsche uitgave, aangevangen door A.J. van Houte, en voltooid door F. van der Breggen.
- Johann Friedrich Blumenbach
- Date:
- 1822
Licence: Public Domain Mark
Credit: Grondbeginselen der natuurkunde van den mensch / Naar de vierde Latijnsche uitgave, aangevangen door A.J. van Houte, en voltooid door F. van der Breggen. Source: Wellcome Collection.
459/480 page 431
![dood , zonder ziekte (0), het zacht affterven uitoudere | dom, het welk de uiteríte eindpaal van de geheele : geneeskunst js, en waarvan men uit het tot nu toe gezegde de oorzaken ligt kan opmaken (9). $663. De veríchijnfels van den naderenden dood , . zoo als zij in den ftervenden zelven worden waare genomen (4), komen hierop, neder. | Er ontítaat koude in. de uiterfte idt ore | de. glans. der oogen gaat verloren, de pols is klein langzaam, en met ‚dikwijls. herhaalde. tusfchenpos : zingen , de ademhaling gefchiedt zelzamer en zeld- Zamer, tot dat zij met eene fterke- uitademing een einde. neemt. TOES ^j Ja, het dou. van jénonde edes ien men: 1132: 28] Co)- Ge GOTTLe RICHTER , De morte fine mero, ima 1736 440. DE 3d» y SL Iu CBy-jo. OOSTERDYK scHACHT, T. quo fenile fatum ine. vitabili necesfitate , ex humani corp, mechanisma. faut à demouftratur. Ultr. 1729. 420. MATTH. VAN GEUNS, De morte corporea , et ANM | moriendi, Lugd. Bat. 1761. 4/4 Mede te vinden in sas DIFORTL Thefaur. Vol, ÍII. | C; G. ONTIJD ; De morte et varia moriendì ‘ratione. Lugd, Bat. 1791, KURT. SPRENGEL , 77/7. med, t, 1, Aunft. 1899. p. 29899. (j) Den voortgang der toevallen van den dood, welke | de ftervende zelf, een man van middelbaren ouderdom , en die aan de roodeloop geftorven is, had waargenotnen , vind men in % Magazin zur E rd Vol, L Part, I. Pag, 73 volg. pe |](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b29322510_0459.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)


