Het tienjarig bestaan van het Nederlandsch Gasthuis voor Ooglijders : verslag, ter vergadering van stichters en afgevaardigden, gehouden den 31 mei 1869 / uitgebracht door F.C. Donders.
- Nederlandsch Gasthuis voor Ooglijders.
- Date:
- 1869
Licence: Public Domain Mark
Credit: Het tienjarig bestaan van het Nederlandsch Gasthuis voor Ooglijders : verslag, ter vergadering van stichters en afgevaardigden, gehouden den 31 mei 1869 / uitgebracht door F.C. Donders. Source: Wellcome Collection.
Provider: This material has been provided by The Royal College of Surgeons of England. The original may be consulted at The Royal College of Surgeons of England.
20/252 page 16
No text description is available for this image
No text description is available for this image
No text description is available for this image![„kenis is, de intensiteit der ziekte was gebroken.” Bij het nederleggen zijner betrekking meende Dr. Snellen nog eens ernstig te mogen wijzen op het hooge belang van de te Yeen- liuizen heerschende oogziekte: „Zij is,” zoo schreef hij aan den Minister Thorbecke, „een ramp voor Nederland „door de groote uitgebreidheid, waarin zij zich over het „geheele land voortgeplant heeft. Uit verkeerde adinini- „stratieve maatregelen geboren,” zoo ging hij voort, „en „door onware rapporten in de hand gewerkt en onder- „houden, zal zij ter algeheele uitroeiing nog lang bui- „tengewone en krachtige maatregelen vereischen. Vergun „mij, Excellentie,” zoo eindigde bijzijn schrijven, „te pro- „testeren tegen de voorstelling van sommigen, als zoude „de oogziekte te Veenhuizen reeds voldoende te niet ge- „daan zijn; zoodanige voorstelling kan slechts leiden, om „den toestand weder tot dien van vóór 1859 te doen „terugkeeren.” Die ernstige taal was noodig tegenover ’s Ministers verklaring, in de zitting van de tweede kamer van 7 December 1863 afgelegd. Hier lezen wij (Bijlagen, 14lste ]j|ad, bl. 560): „Ofschoon de oogziekte te Veen- „huizen niet als geheel geweken kan worden beschouwd, „is zij echter in die mate verminderd, dat ter verdere „bestrijding thans één oogarts toereikend wordt geacht. „Volgens zijne meen in g zou de ziekte niet geheel zijn uit „te roeijen, daar zich telkens uit de nieuw aankomenden „uit de gewone maatschappij ooglijders opdoen ; intusschen „hield hij het er voor, dat de besmettelijkheid der ziekte „geheel was overwonnen.” Gij ziet, de Inspecteur werd volkomen geïgnoreerd. Zijne)’positie was onhoudbaar geworden. Onze officiëele betrekking tot de gestichten had hiermede opgehouden. De discipelen onzer school bleven er intusschen werk- zaam, en met belangstelling vernamen wij, dat, werden](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b2235699x_0022.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)