Volume 10
Alle de brieven van Antoni van Leeuwenhoek / uitgegeven, geïllustreerd en van aanteekeningen voorzien door een Commissie van Nederlandsche geleerden.
- Antonie van Leeuwenhoek
- Date:
- 1939-
Licence: Public Domain Mark
Credit: Alle de brieven van Antoni van Leeuwenhoek / uitgegeven, geïllustreerd en van aanteekeningen voorzien door een Commissie van Nederlandsche geleerden. Source: Wellcome Collection.
38/390 (page 22)
![Samenstelling van het zweet. waar uyt de uytwaseminge a) rondomme van yder vinger geschiet 73). Want zoo het lighaam doorgaans 8) zoo quam uyt te wasemen, als aan mijn Hand is geschiet, zoo zoude uyt het geheele lighaam in de tijd van een uure, ontrent twintig oneen 69) vogt uytgestooten werden. Want zoo wy stellen, dat mijn lighaam swaar weegt 150. pont, ende dat mijn Hand elf oneen swaar is, ofte dat elf oneen swaarte water uyt maakt de groote van 181/3. cubicq duymen 74), zijnde de groote van mijn Hand, ende dat 65. pont een cubicq voet water, ofte 1728. duymen is inhoudende, zoo zal men door beyde die calculatie 75) bevinden, dat zoodanigen lighaam als vooren verhaalt, zeer na 76) 218. maal grooter is dan de Hand 77). Vorders heb ik eenige droppelen sweet genomen, en die geplaatst aan drie distincte 48) glasen, met die insigte 33), dat wanneer de vogt van het sweet ten meerendeele zoude weg gewasemt wezen, dat ik dan in de overgeblevene vogt, de zout deelen, zo die daar mogten zyn, zoude komen te sien. Hoewel ik van gedagten was, dat ’er weynig of geen zout deelen in ’t sweet zouden wezen, om dat ik my inbeelde 11), dat de zout deelen, die door de huyt zouden gestoo ten werden, op de superfitie van de huyt, zouden blyven leggen, en niet van de Hand, tot aan het glas gevoert werden 78). Na dat ik het sweet al eenige dagen agter den anderen 7Ö), al hadde beschout, zag ik wel eenige deelen (die ik my wel inbeelde dat zout was) leggen, dog ik verwierp dat sweet als mijn zelven niet ten genoege daar van konnende versekeren 80), om dat ik zulks in het andere 81) niet en konde gewaar werden, en hoewel het in die dagen, droog wreder met een Ooste wint en Vorst was, zoo zag ik doorgaans 8), dat de vogtige stoffe van het sweet niet altemaal weg wasemde, maar dat ’er een dikke heldere vogt bleef leggen 82). Hier op bragt ik het sweet by de warmte van een kaars, en egter 64) en wasemde de vogt niet weg. Ik bragt dan het sweet zoo digt aan de kaars, dat de weynige dikke vogt, in een meenigte van lugt-bolletgens, als op vloog, deze lugt-bolletgens en waren niet rond, maar yder hadde tot zyn basis, of gront, een zes kant, gelyk wy veeltijts sien, dat de ronde deeltgens, die uyt een lijmagtige vogtige stoffe digt by den anderen 83) voortkomen, gemaakt werden als pit84) in ’t Hout enz: a): A: uytwasseminge 73) Niet alleen is de huidoppervlakte aan de vingers relatief t.o.v. het volume groter, maar ook het aantal zweetklieren is er groter. [H.] 74) Eén duim is 2,61 cm, een cubicq duym dus ongeveer 18 cm3 en 181/3 cubicq duymen ongeveer 330 cm3. 76) calculatie, lees: calculaties. 76) zeer na, nagenoeg. 77) Uitgaande van de eerder gegeven maten klopt deze berekening. 78) Bij verdamping blijven opgeloste stoffen op de huid achter; zie hierover Brief 88 [47], van 12 oktober 1685, Alle de Brieven, Dl. 5, blz. 312-318. [H.] 79) achter den anderen, achtereen. 80) dog ik... versekeren, maar ik wierp dat zweet weg, omdat ik daarover niet genoeg zekerheid kon krijgen. 81) in het andere, bij het andere zweet. 82) De kwantitatief op de voorgrond staande bestanddelen van het menselijk zweet zijn in mg %: chloriden 30-100, kalium 21-126, natrium 29-294 en melkzuur 225 (45-452). Het dikke heldere vocht moet het niet-vluchtige melkzuur zijn geweest. [H.] 83) digt bij den anderen, dicht bij elkaar. 84) pit, merg.](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b31364962_0010_0038.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)