Volume 11
Alle de brieven van Antoni van Leeuwenhoek / uitgegeven, geïllustreerd en van aanteekeningen voorzien door een Commissie van Nederlandsche geleerden.
- Antonie van Leeuwenhoek
- Date:
- 1939-
Licence: Public Domain Mark
Credit: Alle de brieven van Antoni van Leeuwenhoek / uitgegeven, geïllustreerd en van aanteekeningen voorzien door een Commissie van Nederlandsche geleerden. Source: Wellcome Collection.
52/406 (page 36)
![Brief No. 151 [92] 15 augustus 1695 een rije nevens den anderen22) lagen, datse de lengte van een duym breet zouden uytmaken23). Zoo wy nu stellen, dat dese Oesters ronde lighamen zijn, en wy multipliceren het getal van hondert-en-twintig drievoudig, zoo zal daar een getal uyt komen van seventien hondert-en-agt-en-twintig-maal-duysent, en by gevolg dan is een koegel24), wiens axe dat maar een duym is, 1728000. maal grooter dan een jonge Oester, of anders25), zoo een geseyt groot getal van jonge Oesters, maken maar de groote uyt van een ronde bol, wiens axe doet een duym breet26). Den dag van dese mijne waarnemingen, quamen my vyf voorname Heeren besoeken, die ik de geseyde jonge Oesters voor de oogen stelde, die dan mede met groote verwondering, over de volmaaktheyt van zoodanige kleyne en nette Schep¬ sels verstelt27) stonden. Uyt andere Oesters daar haalde ik mede wel jonge Oesters uyt, maar het getal was op verre na zoo veel niet, en weder in andere en konde ik geen jonge Oesters ontdekken28). Ik hadde nog vier Oesters over gehouden, die ik des anderendaags opende, en onder die wasser een daar het getal van de jonge Oesters zoo groot was, dat het de andere over trof, en ik begroote het getal met een rouwe29) gissinge wel tot drie a vier duysent30). Vorders doorzogt ik het weynige water, dat uyt de Oesters in de Pot, daar deselvige in hadden gelegen, was geloopen, en ik ontdekte in dat water mede eenige weynige jonge Oesters. Ik nam ook agtinge op31) het ordinaris water dat in de schulpen van de Oesters is, daar in ontdekte ik al een groot getal van kleyne Dierkens, die van groote en maaksel waren als de kleyne Dierkens die men doorgaans32) in gragt, regen- n) nevens den anderen, naast elkaar. 23) De afmetingen van de oesterlarven in de Oosterschelde variëren van ± 0,175 mm bij het vrij¬ komen uit de moederoester tot ± 0,3 mm aan het einde van de metamorfose. L.'s exemplaren hadden een gemiddelde grootte van ± 0,217 mm. [Fee.] Een duym breet is 2,61 cm. 24) koegel, kogel. 25) anders, met andere woorden. 26) De berekening is korrekt. L. maakt hier gebruik van de stelling dat de inhouden van gelijkvor¬ mige lichamen zich verhouden als de derde machten van gelijkstandige lijnstukken, hier de axen. Zie Dijksterhuis, „Wiskunde”, blz. 446. 27) verstelt, verbaasd. 28) Het is mogelijk dat eerstgenoemde oesters reeds enige larven hadden vrijgelaten en dat de oesters die geen larven bevatten in de mannelijke fase verkeerden. De oester is hermafrodiet met voor¬ rang aan het mannelijke stadium dat later overgaat in het vrouwelijke. [Fee.] 29) rouwe, ruwe. 30) Dit getal is geenszins overdreven hoog. Een volwassen oester kan - afhankelijk van haar leeftijd - tot 750.000 a 1.000.000 larven produceren. De meeste hiervan worden tijdens het pelagische stadium door andere zeedieren opgegeten of gaan op andere wijze te gronde. [Fee.] 31) nam (...) agtinge op, wijdde aandacht aan. 32) doorgaans, overal.](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b31364962_0011_0052.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)