Volume 1
Alle de brieven van Antoni van Leeuwenhoek / uitgegeven, geïllustreerd en van aanteekeningen voorzien door een Commissie van Nederlandsche geleerden.
- Antonie van Leeuwenhoek
- Date:
- 1939-
Licence: Public Domain Mark
Credit: Alle de brieven van Antoni van Leeuwenhoek / uitgegeven, geïllustreerd en van aanteekeningen voorzien door een Commissie van Nederlandsche geleerden. Source: Wellcome Collection.
52/508 page 46
No text description is available for this image
No text description is available for this image
No text description is available for this image![gesneden, en sonder dese koocker, en soude de bije, sijn angels niet connen gebruijcken, om redenen, dat als de bije, sijn angels uijt sijn lichaem hadde gebracht, soo soude hij die omme sijn weer¬ haken, niet weder in sijn lichaem connen brengen, maer nu steeckt de bije, eerst sijn koker uijt sijn lichaem, en dan sijn angels uijt sijn koker, dese 2. angels heb ick verscheijdemael uijt de koker gehaelt, door behulp van een pennemesje, houdende de koker met de nagel op wit pampier vast, Jck heb ondervonden, dat de angels vande wilde bije, de angels vande Wesp, de angels vande mughla), mede haer kokers hebben; Ick heb een geruijmen tijt geleden, mijn gedachten laten gaen, op het greijnen hout, ofte vuijeren hout, wat redenen dat daer sijn, waerom het greijnen hout, soo veel lichter is, als het eijcken hout, daer nochtans, het greijnemhout, in ons oogh, veel vaster van deeltgens is, als het eijcken hout, dat doorgaens vol puttgens en holle streepjens bij ons wert gesien, ick heb de lichticheijt van het greijne hout, door vergroot glasen ondersocht, ende de oorsaken daer van bevonden te bestaen, uijt seer dunne holle pijpjens, welcke openheijt vande pijpjens nochtans groot is, naer advenant de dunte van het lichaem ofte vliesje waer uijt het pijpje bestaet,10) welcke pijpjens in verbant bij malcanderen staen, even als off orgel-pijpjens in geschickte ordre1'), bij mal¬ canderen waren gestelt, welcke pijpjens doorgaens1) versien sijn met bandekens18), als offmen orgelpijpjens met koordekens aen malcanderen hadt gebonden, dus bevond ick het greijnen-hout daer het wit is, maer daer het wat bruijnder19) is,20) bevonde ick de pijpjens van vaster lichaem, en kleijnder hollicheijt, hier hadt ick mijn selven voldaen, over de lichticheijt van het greijne hout. 15) De angel van de mug = de monddeelen. (Zie NL Wdb. II1( 452.) [M.] 16) Het gestelde probleem van het kleinere soortelijk gewicht van grenen¬ hout ten opzichte van eikenhout is inderdaad hier volkomen opgelost door de waarneming van de dunne wanden en de groote lumina der tracheïden (de „pijpjens”). [Sch.] 17) Geschickte ordre — geordende rij. 18) De „bandekens” zijn de mergstralen van het grenenhout. [Sch.] 19) Bruijnder — donkerder. 20) De jaarringen bestaan uit licht gekleurd voorjaarshout met dunwandige, en donkerder najaarshout met dikwandige tracheïden. [Sch.]](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b31364962_0001_0052.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)