Volume 10
Alle de brieven van Antoni van Leeuwenhoek / uitgegeven, geïllustreerd en van aanteekeningen voorzien door een Commissie van Nederlandsche geleerden.
- Antonie van Leeuwenhoek
- Date:
- 1939-
Licence: Public Domain Mark
Credit: Alle de brieven van Antoni van Leeuwenhoek / uitgegeven, geïllustreerd en van aanteekeningen voorzien door een Commissie van Nederlandsche geleerden. Source: Wellcome Collection.
66/390 (page 50)
![Argumenten tegen GARDEN. 1. Of90) 'er in yder versamelinge 91) uyt het Vrouwelijke Eyer-nest een Ey uyt gelokt werd, en wanneer die versamelinge in eenen nagt hervat werd, waar dat dan alle die Eyeren blijven: en hoe dat het komt, dat’er alleen maar uyt een, een vrugt voortkomt, en niet zoo wel uyt de andere, ofte uyt alle? 2. Wat men zoggen zal van die Vrouw-luyden die 10. 11. 12. ja 16. 17. en 20 jaren getrouwt zijn geweest, en schoon zy duysentmaal bekent zijn, nogtans geen vrugt voortbrengen, als 92) na verloop van zoo veel jaren: of zij hebben geen Eyeren gehad, in het Eyer-nest, of die Eyeren zijn by verloop 93) van tijd in het Eyer-nest gebooren. 3. Sommige Vrouwen naar dat64) zy eens twee of meer malen gebaart hebben, houden dan op 10. 11. 12. 13. 14. 16. jaren 94) ende die verstreken zijnde, beginnen zy weder te baren. Wat is hier de oorzaak van ? of (1) de Eyeren ontbreken daar; (2) of zy zijnder nog niet volkomen gemaakt; of (3) zy werden bij ’t verloop van zoo veel jaren op nieuw gemaakt. Want de Eijeren konnen zoo lang in het Eijer-nest niet blijven zonder ont- fankenis en baringe, of zij zouden bedorven werden. Deze en andere twijfelingen overdagt zijnde, zoo is de voortteelinge uyt de Eijeren, daar ik te voor en zoo veel aan gedefereert hebbe 95), mij in veelen 96) suspect, en te stellen onder de dingen die versiert 97) zijn. Wat de Dieren belangt, die Eyeren leggen en het geene U Ed: daar van komt te zeggen, dat is ook zeer na mijne stellingen 98). Dat ’er van de Dierkens die in de Baarmoeders werden gestort, geen meenigte in ’t eerste ) voortkomen, dat kan zoo wel plaats hebben, als dat ’er in ’t eerst geen veel Dierkens aan het deel van het (cicatricula) doir 10°) van het Ey gemaakt werden. Schoon wy de plaats in de circulaire ronde aan het doir al vry kleyn stellen 101); en wie weet of niet veel Dierkens van die geene die van het Mannelijk zaad in de Baarmoeders gestort, als die tot een verandering gekomen zyn, schoon wy dezelve niet ontdekken, egter 6) in groote in de Baarmoeder zyn toegenomen. Want als wy stellen, dat veel meer dan tien hondert duysent Dierkens, die men in de Mannelijke zaaden ontdekt, met malkanderen zoo groot niet en zyn, als een zand 102) groot is, en dat veele van 90) Of indien. 91) versameling(e), paring; versamelen, paren. 9a) bekent zijn, coïtus hebben ondergaan; als, dan. 93) by verloop, na verloop. 94) Men leze: 'gedurende 10. ... jaren’. 98) veel aan gedefereert hebbe, veel waardering voor gehad heb, hoog geschat heb. 9#) in veelen, in vele opzichten. 97) versiert, verzonnen, gefantaseerd. ) dat ... stellingen, dat is ook nagenoeg wat ik gesteld heb. ) in 't eerste, aanvankelijk. 10°) doir, dooier. 101) Het zinsgedeelte schoon . .. stellen schijnt eerder bij de voorgaande zin te behoren. L. zoekt hier een verklaring voor het feit, dat hij in het ejaculaat met behulp van het mikroskoop vele spermiën kan waarnemen, maar in de vloeibare inhoud van het oviduct geen. Hij gaat ervan uit dat met een verandering van de spermiën (het verlies van de staart) tevens de beweeglijkheid verdwijnt, zodat ze in het uteriene secreet niet meer opvallen, zelfs niet als ze duizendmaal in grootte zouden zijn toegenomen. [Ha.] 10a) Een grof zand is 870 ju.](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b31364962_0010_0066.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)