Volume 1
Alle de brieven van Antoni van Leeuwenhoek / uitgegeven, geïllustreerd en van aanteekeningen voorzien door een Commissie van Nederlandsche geleerden.
- Antonie van Leeuwenhoek
- Date:
- 1939-
Licence: Public Domain Mark
Credit: Alle de brieven van Antoni van Leeuwenhoek / uitgegeven, geïllustreerd en van aanteekeningen voorzien door een Commissie van Nederlandsche geleerden. Source: Wellcome Collection.
90/508 page 84
![Roode bloed¬ lichaampjes. D’ Hr C: Huijgens Heere van Zuijlichem. Delff den 24e April 1674 D’Edele, Wijse, Hoogh-geleerde Heer Saluijt, UEdts aengenamen vanden lle deser is mij wel geworden, en daer in gesien, dat mijn schrijvens vanden 5e deser bij UEd1 niet onaengenaem en is geweest, ende dat UEd4 mijne observatien in Vranckrijck aen UEdts soon1) soude senden, alsmede dat UEdt gaerne deel soude hebben aen mijne observatien. Ick heb uijt eijgen drift en curiusiteijt, weder geobserveert, ende goet gedacht uEdt t selffde toetesenden, t Bloet bij mij voordesen geobserveert te be- staen, uijt ronde roode klootgens drivende door een kristalijne voch- ticheijt3), heb ick mij selven naderhant vertoont seer enckel2) off dun, ja sodanich, dat sijn dickte maer bestont uijt 4 a. 5. Clootgens, en het bloet sodanich siende, hadt het bloet seer weijnich couluer,3) hier uijt beelde ick mijn selven in, dat de kleijne aderkens die in groote menichte door ons lichaem loopen, en wit van couluer sijn, ja selffs seer veel sijn en ick oock vertoon4), in het dunne subtijle vliesje, waer in dat het Vlees met eenige striemtgens als ingeweven leijt, en bij de medecijns watervatgens genoemt werden; geen water¬ vaten alleen, maer inder daet oock bloet vatgens connen wesen, niet alleen om dat de cristalijne vocht5) waer in de roode clootgens drijven, oock inder daet bloet is, ende door sulcke vatgens off ader¬ kens het kristalijne bloet5) continuel. can doorgaen, maer oock dat de roode klootgens seer enckel6) en maer een dickte door eenige subtijle aderkens connen doorgaen, en dit soo sijnde en kannen de 1) Christiaan Huijgens. [H.] 2) Enckel — hier: dun. (Zie G. J. Boekenoogen De Zaansche Volkstaal (1897), en J. Gunnink Het dialekt van Kampen en omstr. 1908.) [M.] 3) De roode bloedlichaampjes, „die het bloet root maken”, zijn afzonder- lijk gezien, licht geel van kleur. [H.] 4) De beteekenis van dezen zin is: En die (n.l. de „kleijne aderkens”) ik ook onderscheid in het dunne, fijne vliesje, enz. (Lett.: die ik mij ook ver¬ toon .) [M.] De hier door L. beschreven „watervatgens” zijn lymphevaten, waarvan Thomas Bartholinus in 1653 de ontdekking voor zich opeischte. L. meent ten onrechte, dat de lymphevaten identiek zijn met de bloedvaten, en dat zij kleurloos zijn door hun geringen inhoud. [H.] 5) „De cristalijne vocht” of „het kristalijne bloet” = het heldere gedeelte van het bloed, het plasma. (Zie ook aant. 1 bij den brief van 5 April 1674.) [H.] 6) Enckel — weinig in getal, of: geheel afzonderlijk. [M.]](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b31364962_0001_0090.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)


