Journael ofte gedenckwaerdige beschrijvinghe van de Oost-Indische reijse van Willem Ysbrantsz Bontekoe / opnieuw uitgegeven en van aanteekeningen voorzien door G.J. Hoogewerff.
- Willem Bontekoe
- Date:
- 1915
Licence: Public Domain Mark
Credit: Journael ofte gedenckwaerdige beschrijvinghe van de Oost-Indische reijse van Willem Ysbrantsz Bontekoe / opnieuw uitgegeven en van aanteekeningen voorzien door G.J. Hoogewerff. Source: Wellcome Collection.
55/192 page 41
No text description is available for this image
No text description is available for this image
No text description is available for this image![een halve graed, sijnde de hooghte van de voorschreven Straet van Sunda, wesende den 19. dagh van November 1619, soo is door ’t pompen van brandewijn de brandt in de brandewijn ghekomen; want de botteliers-maet gingh (nae ouder gewoonte) met sijn vaetjen ’s achter-middaeghs in ’t ruym en soude dat vol pompen, om alsoo ’s anderdaeghs ’s morgens aen de gasten yder een half mutsjen uyt te deelen *). Hy nam een keers mede en stack de steker inde boom van een vat ®, dat een laegh hooger lagh alst vat daer hy uyt pompte. Sijn vaetje vol gepompt hebbende soude hy de steker daer de keers op stond uyt halen, en alsoo hy die wat vast hadde ghesteecken, haelt hyser met een force uyt. Daer was een dief aende keers ®); die vielder doe of, en viel juyst inde spons [lees: spon] van ’t vat daer hy uyt gepompt hadde. Hier door ontfingh de brande-wijn en vloogh terstondt op, tot het vat uyt; de booms borsten uyt het vat en de brandende brandewijn liep beneden in ’t schip, daer smits- koolen laghen. Strackx wordender gheroepen: „brandt! brandt!’ Ick lagh doen ter tijdt op ’t boevenet en keeck door de traliën *). Dat gherucht hoorende liep datelijck beneden in ’truym. Daer komende sagh gheen brandt; vraeghde: „waer is de brandt?” Sy seyden: „Schipper sie daer, in dat vat”. Ick stack mijn arm in ‘tvat en konde geen brandt voelen. De botteliers-maet, daer de brandt deur quam, was van Hoorn, en was genaemt Keelemeyn. Hy hadde twee kitten met water by hem gehadt; die had hyder opgegooten, waer door het scheen dat de brandt uyt was. Doch ick riep om water van boven, t welck datelijck quam, met leeren emmers, en goot so langh 1) Mutsje”: nap van bepaalden inhoud. 2) Steker”: kandelaar met een punt, die in het hout kon vastgezet worden. — „Boom” == bodem. Vgl. Vondel’s: „Het is al boter tot den boôm”. 3) „Dief”: scheefbrandende kaarspit, die veroorzaakt dat het vet gaat afdruipen. 1) NI. van de verschansing. Het boevenet (bovenet) is het opperste verdek achteruit.](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b33400489_0055.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)