Volume 1
Leerboek der heelkunde, van Max. Jos. Chelius : supplement-band naar de 7o. hoogduitsche iutgave bewerkt / door G.J. Pool.
- Maximilian Joseph von Chelius
- Date:
- 1834
Licence: Public Domain Mark
Credit: Leerboek der heelkunde, van Max. Jos. Chelius : supplement-band naar de 7o. hoogduitsche iutgave bewerkt / door G.J. Pool. Source: Wellcome Collection.
83/184 (page 247)
![11. VAN HET KROPGEZWEL. (Vergelijk Deel IV, § 17 en vervolg.) M. ACELLEN, Inqtliry into the nature and causes of goitre, Calcutta, 1827. Dublin Journal of medical Science Vol. XI. p. 295. HEiDENREicH, der Kropf, chirurgische Monographie. Ansbach 1847. § 413. Onder de verschijnselen van het kropgezwel, elders (§ 18, Deel IV) vermeld, verdient er nog te worden hijgevoegd, dat door de belemme- rende ademhaling en de geringe uitzetting der borstkas de bloedsom- loop in de longen verstoord wordt,'dat de tegenstand, welken de slagaderen aan den door het hart gegeven stoot bieden, grooter is, de holten van het hart verwijden met verdunning der wanden, en dat daaruit de uitzetting van het hart is te verklaren, welke bij het kropgezwel zoo menigmaal wordt waargenomen 1). Ge- zwellen zelfs van geringen omtrek, in het midden der schildklier, welke onmiddelijk op de luchtpijp zitten, veroorzaken gewoonlijk moeijelijkheden in de ademhaling van meer belang, dan men uit den omvang, dien zij aannemen, zich zou voorstellen. (1) LULLiER, wiNSLOW, iii hct Joumal Général de médicine 1846. Tom. 57, p. 414. § 414. Behalve de drie soorten van kropgezwel, vroeger (Deel IV, ^ 14) vermeld, bestaat nog het blaas- of beursvormig [Struma cystica) en het vlceschvormig kropgezwel [Struma hypertrophica, sarcoma- tosa). Hierbij moet nog worden aangemerkt, dat het celweefsel, hetwelk de schildklier omgeeft, bij alle veranderingen, inzonder- heid bij aanmerkelijke vergrooting der klier, in het lijden betrok- ken, en meerder of minder verdikt worden. Hier is bet vast- stellen van een celachtig kropgezwel. Struma cellulosa, gegrond en wel van twee soorten, het eene, een eigenlijdig, als de ver- andering oorspronkelijk in het celweefsel plaats heeft, en een secundair, als deze verandering in het celweefsel ten gevolge van eene verandering der schildklier ontstaat (ueidenreicii]. Eene zwel- ling of opzetting van den hals, door het indringen ontstaan van lucht na hevige inspanningen, beleedigingen enz., door scheuring der wanden van de luchtpijp in het celweefsel, w'clke eenige uitgebreidheid verkrijgt [Emphysema), met den naam van luchthoudend kropgezwel te bestempelen, is minder gepast. IIei- denreich heeft zelfs nog eene andere soort van luchtkropgezwel aan- genomen, wanneer er namelijk in een lymphatiek kropgezwel of](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b28125162_0001_0085.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)