Volume 1
De natuurlyke historie der versteeningen, of uitvoerige afbeelding en beschryving van de versteende zaaken, die tot heden op den aardbodem zyn ontdekt / aangevangen door Georg Wolfgang Knorr: vervolgd en omstandig beredeneerd door Johann Ernst Immanuel Walch ... uit het Hoog- in 't Nederduitsch vertaald door M. Houttuyn.
- Georg Wolfgang Knorr
- Date:
- 1773
Licence: Public Domain Mark
Credit: De natuurlyke historie der versteeningen, of uitvoerige afbeelding en beschryving van de versteende zaaken, die tot heden op den aardbodem zyn ontdekt / aangevangen door Georg Wolfgang Knorr: vervolgd en omstandig beredeneerd door Johann Ernst Immanuel Walch ... uit het Hoog- in 't Nederduitsch vertaald door M. Houttuyn. Source: Wellcome Collection.
13/205 page 5
No text description is available for this image
No text description is available for this image
No text description is available for this image![v:. OOo RR Dim : wel aan my als aan de Heeren Uitgeevers door buitenlandfche Liefhebbers ver- minfte niet zo volkomen en leerzaam , wegens gebrek van goede Exemplaaren, ftuk, dikwils van verfcheide Geflagts - Soorten gewag maaken en die befchryven, welke insgelyks op de reeds gegraveerde Plaaten ontbraken, en die ik niettemin wenfchte aan myne Leezers in getrouwe Aftekeningen te kunnen mededeelen. Ik gaf my derhalve alle bedenkelyke moeite, om ook dezelven magtig te worden. Met eene niet minder werkelyke dan koftbaare Briefwiffeling, door my deswe- gen gevoerd, ben ik ook in dit opzigt myn wenfch deelagtig geworden; zo dat men thans niet ligt eenig Soort van Lighaamen onder de Verfteende Zaaken te vergeefs zal zoeken in deeze Verzameling. Doch, hoe zouden nu alle deeze Stukken aangebragt worden ? De Plaaten op de behoorlyke plaats in te voegen was deswegen niet doenlyk , dewyl myne Verklaaring van de geleverde Plaaten reeds was afgedrukt. Het kwam my derhalve beft voor, die Plaaten als een Aanhang- zel te voegen by het geheele Werk, en hier uit zyn de Supplement-Tafelen, ag- ter het Derde Deel, voortgekomen. | „, In deeze Supplementen heb ik my onder anderen ook en wel voornaamelyk toe- gelegd op goede en volkomene Exemplaaren van de zogenaamde Concha triloba rugo/a, | Trilobieten of Keverfchulpen genaamd:] ten deele, dewyl van dezelven ten deele, dewyl dezelven hedendaags het begunftigde Voorwerp der meefte Lief- hebberen van Verfteende Zaaken geworden zyn. Deeze zonderlinge Lighaamen; welken ik zelf in ’t eerft voor eene Soort van Conchyliën gehouden, en dezel- gefteld, gegrond zy, moet de Ontdekking van volgende tyden leeren. Ik houd tacea) behoort. Doch ik wil myn Gevoelen gaarn herroepen, wanneer ik van „ Het Wierde Hoofdftuk van °t Derde Deel behelft de befchryvingen der Petre: fakten, die op de Supplement -Plaaten voorkomen, en bovendien ook eenige By- voegzelen, tot het gene ik van deeze en gene Lighaamen, in de beide Banden van het Tweede Deel, reeds gezegd had. Onder de Verfteende Lighaamen; die Geeft van onze Voorzaaten of geheel ontgaan, of van denzelven voor niets men zig weleer zo driftig bemoeide. Een fchoone in ’t Steenryk volkomen ge- noch de manier van Verfteening, noch het Gefteente iets byzonders of van aan- gelegenheid vertoont, zo geeft zulk een Lighaam aan het keurige Oog van een on=](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b33545911_0001_0013.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)