Volume 1
De natuurlyke historie der versteeningen, of uitvoerige afbeelding en beschryving van de versteende zaaken, die tot heden op den aardbodem zyn ontdekt / aangevangen door Georg Wolfgang Knorr: vervolgd en omstandig beredeneerd door Johann Ernst Immanuel Walch ... uit het Hoog- in 't Nederduitsch vertaald door M. Houttuyn.
- Georg Wolfgang Knorr
- Date:
- 1773
Licence: Public Domain Mark
Credit: De natuurlyke historie der versteeningen, of uitvoerige afbeelding en beschryving van de versteende zaaken, die tot heden op den aardbodem zyn ontdekt / aangevangen door Georg Wolfgang Knorr: vervolgd en omstandig beredeneerd door Johann Ernst Immanuel Walch ... uit het Hoog- in 't Nederduitsch vertaald door M. Houttuyn. Source: Wellcome Collection.
176/205 page 48
![van een Plant, en vervolgens als van een Dier, zal handelen, zulks alleenlyk gefchie= den zal, om my ordentlyk en verftaanbaar uit te drukken. Ik bevind my hier omtrent in de zelfde omftandigheden, die de Leeraars der Sterrekunde noodzaaken, in hunne Voorftellingen eerft den Hemel als de Oppervlakte van een holle Kloot voor te ftel- len, daar de Sterren nevens elkander aan gehecht zyn; welk denkbeeld doch t’eene- maal verdwynt, wanneer men tot de op deezen valfchen grond gebouwde waare Ken: nis van den Hemel geraakt. | | | = De Kommandeur van den Engelfchen Groenlandsvaarder Brittannia, ADRIAANS genaamd, een geboren Jutlander, hadt, van zynen in de voorleeden Zomer op den Walvifchvangft gedaanen Togt, twee Exemplaaren met zig gebragt van eene Zee- Plant, die hem zeer zonderling voorkwarn. Hy hadt die beiden gegeven aan dert Heer DunzeE, van Bremen, een van uwe waardigfte Leerlingen , mynen braaven Vriend, en, alzo deeze my een derzelven vereerde, zo kreeg ik dus gelegenheid, om die Zee-Plant naauwkeurig te onderzoeken. Gedagte Kommandeur heeft verhaald, dat deeze beide Stukken op de Noorder Breedte van 79 Graaden, twintig Duitfche Mylen van Groenland, op eenen Kley- Grond, ter diepte van 236 Vademen of 1416 Engelfche Voeten, zyn opgehaald aan boord van zyn Schip, met de Lyn van 't Dieplood. Deeze groote Poolshoogte, op welke zelden een Natuur-onderzoeker komt , en de afgryzelyke diepte , in welke zig de Waarneemingen nog veel zeldzaamer laaten doen, maaken reeds deeze Plant merkwaardig, die , zonder de opmerkzaamheid van den Kommandeur, welke men onder de Walvifchvangers niet ligt zal aantreffen, zelve miflchien nog lang, zo niet altoos , onbekend zou gebleeven zyn. Dat ik deeze Plant voor nieuw en tot nog toe onbekend verklaar (*), is niet op eigen Gezag alleen. Ik heb dezelve aan drie, in dergelyke Zaaken zeer ervarene Leden van de Koninglyke Societeit alhier, naamlyk de Heeren WATSON, Cor LINSON en MILLER, getoond; aan geen van welken het Schepzel bekend was, en het kwam hun allen zeldzaam voor. | leder Exemplaar van deeze Plant was in drieStukken gebroken, het welk my doch geenszins hinderde, om ze in haar volkomene Geftalte en Grootte voor my te leg- gen. Zo als ik dezelven op deeze wys gezien heb, zal ik ze thans befchryven: zie 2.1.8: BE NED. SDA Zy beftaat uit eenen blooten Steel zonder Bladen, op welken boven , daar de Steel wat overzyde geboogen is, de Bloem zit. De eerite Figuur {telt de geheele Plant in klein voor Oogen. Natuurlyk is dezelve, met de Bloem, vier en een half Voet lang; de Bloem derdhalf Duim en in’t midden vyf quartier Duims dik , loopende boven wat fpits uit. Wegens de voortjes in de langte en de infnydingen overdwars; welken zig op deeze Bloem vertoonen, ontdekte ik , op ‘t eerfte aanzien, eenige gelyke- nis van dezelve naar die Verfteende Lighaamen , waar men den naam van Leliefteen (£n- crinos) aan gegeven heeft, en die men voor een byzondere foort van Verfteende Zee- Sterren houdt : maar het bovenfte wat Vezelagtige deel, van deeze Bloem, heeft wel- nig overeenkomft met deeze Verfteening. De Steel is, wat onder het midden, an- derhalve Lyn dik, doch wordt, naar onderen toe, ten minfte nog eens zo dik, en, naar boven, nog meer dan eens zo dun. By de Bloem , ongevaar derdhalf Duim van dezelve nederwaards, fchynt de Steel dikker te zyn : doch dit is flegts gelyk een Blaas , in welke van binnen de Steel aanhangt, en die nederwaarts in de Oppervlakte van den Steel verdwynt. Beneden, nagenoeg anderhalf Voet van ’t end, is de Ke (*) [Dit Schepzel is nu reeds zeventien Jaaren ont- 't jaar 1752 op de gezegde plaats opgehaald. Zie ’t L dekt en bekend geweelt , als zynde in de Zomer van DEEL der Uirgerogie Verband, bl. zor]](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b33545911_0001_0176.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)
No text description is available for this image
No text description is available for this image
No text description is available for this image