Volume 1
De natuurlyke historie der versteeningen, of uitvoerige afbeelding en beschryving van de versteende zaaken, die tot heden op den aardbodem zyn ontdekt / aangevangen door Georg Wolfgang Knorr: vervolgd en omstandig beredeneerd door Johann Ernst Immanuel Walch ... uit het Hoog- in 't Nederduitsch vertaald door M. Houttuyn.
- Georg Wolfgang Knorr
- Date:
- 1773
Licence: Public Domain Mark
Credit: De natuurlyke historie der versteeningen, of uitvoerige afbeelding en beschryving van de versteende zaaken, die tot heden op den aardbodem zyn ontdekt / aangevangen door Georg Wolfgang Knorr: vervolgd en omstandig beredeneerd door Johann Ernst Immanuel Walch ... uit het Hoog- in 't Nederduitsch vertaald door M. Houttuyn. Source: Wellcome Collection.
184/205 page 54
![Toen ik laatft de Eer hadt, om eene Vergadering van de Koninel ek der Weetenfchappen alhier by te woonen , werdt it eene korte en dit Plantdier, door den Heer Eris, voorgelezen. Die Heer, zelf daar by 7 den woordig zynde, toonde my zyne Aftekeningen van hetzelve. Daar onder u gi eene, in welke hy een gedeelte van dit famengeftelde Dier zodanig af beeldt, als hy gelooft, dat het zyne beweegingen en krommingen in de Zee maakt. Tot ht! klaaring van Zyn vermoeden kan deeze Figuur niet fchaaden: hoewel de Heer Eruıs daar op niet zweeren kan, dat het Dier ooit deeze Geftalte aanneemt; welke ik dan ook, als my eenvoudiglyk, aan het gene ik gezien heb, willende houden, met voordagt weg gelaten heb. Ik heb ook opgemerkt, dat deeze Tros, naar dat hy was, toen hy in zyne Handen kwam, in de Tekening van den Heer Euurs al te {tyf en regelmaatig is afgemaald; doch zulks moet men aan den Tekenaar wyten (*). Ondanks alle waarfchynlykheid, dat dit Zeefchepzel een Plantdier zy, twyfel ik doch niet, of daar zullen nog wel eenige Natuurkenners te vinden zyn, die hetzelve voor een enkele Plant houden. Ik ben te vrede, hetzelve zo naauwkeurig, als ’t m doenlyk was, befchreeven te hebben, en het is my verder onverfchillig welk een Naam men het Kind geeven wil. Doch ik zal , zo wel als de verftandigfte Kenners der Natuurlyke Lighaamen, van geen anderen, dan van Uwe Hoog Welgebooren- heid de uitfpraak erkennen: want ik ben overtuigd , dat Uw oordeel daar omtrent by hun in gelyke hoogagting als by my {taat , en tevens, dat niemand onder hun met een opregter Hart en grooter Eerbiedigheid, dan ik, kan zyn | | Uwer HooG WELGEBORENEN | Gehoorzaamfte Dienaar Londen, den 16. November 1753. CHRISTLOFM il, IUS. Op deeze zelfde Plaat, welke de Vyfendertigfte in dit Deel is, heb ik eenige Soorten van Raderfteenen, zo wel in enkelde als aan elkander vaft zittende Leden , willen byvoegen (tf). De enkelde worden Zrochieten genoemd, doch wanneer men verfcheidene daar van in lange Stukken, die van eene Cylindrifche of Rolronde Ges ftalte zyn, famengevoegd vindt , dan voeren zy, by de Lief hebbers van Verfteende Zaaken, den naam van £ntrochieten. Deeze Raderfteenen komen het Medufa-Hoofd, dat door Rumpuus, en ook door my, in myn groote Werk, Delicie Natura Se= lekte genaamd, naauwkeurig voorgefteld is, zeer naby; dewyl de van dit Schepzel uitfchietende Twygen uit louter zodanige Leden fchynen famengefteld te zyn. Eene gelyke betrekking hebben deeze Raderfteenen tot het op Tab. XI, c. voor- geftelde en raare Stuk van een Caput Medufe. Wanneer deeze Verfteende Zaaken met de Natuurlyke Origineelen vergeleeken worden, zo zal iedereen moeten toe- {taan , dat zy, naar alle waarfchyniykheid, eenerley Wezen tot grondílag hebben gehad, en van de Liefhebbers voor Leedjes van de Armen deezer Zee-Sterren ge- houden kunnen worden ((). | b Deeze (*) [Men vergelyke de Afbeeldingen tot dit Plant- (+) [Wy vervolgen hier de befchryving van Knorr, dier behoorende, zo als die, benevens het gedagte daar dezelve op bladz. 14, om redenen aldaar gemeld, Vertoog, uit de Philof. Transaêt, overgenomen, en in was afgebroken , en tot hier toe, als de regte plaats het I. Deer der Uitgezogte Verhandelingen, bl, 98, enz. zynde, gefpaard. | | geplaatft #tn: doch ik vind zonderling, dat men daar ($) [Wat de Rader- en Rolfteenen (Trochite 6 zelfs een dwarfe Sneede van den Tros, benevens een Entrochi) eigentlyk zyn en van welke Origineelen men der Lighaamen overlangs geopend en zelfs de Eijertjes dezelven waarfchynlykft afkomftig kan agten, ja waar= vertoont , terwyl de Heer-Erris , als gezegd is, zyn fchynlyker dan van deezen Tros-Polypus ; Ki ED Exemplaar niet wilde kwetzen. Moogilyk zaldieHeer’er in een Vertoog van GUETTARD, Uitgez, Verband. I: zulks naderhand , om van den Heer Myrıvs in deezen pag. 589.] niet overtroffen te worden, nog hebben bygedaan. ]](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b33545911_0001_0184.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)
No text description is available for this image
No text description is available for this image
No text description is available for this image