Volume 1
De natuurlyke historie der versteeningen, of uitvoerige afbeelding en beschryving van de versteende zaaken, die tot heden op den aardbodem zyn ontdekt / aangevangen door Georg Wolfgang Knorr: vervolgd en omstandig beredeneerd door Johann Ernst Immanuel Walch ... uit het Hoog- in 't Nederduitsch vertaald door M. Houttuyn.
- Georg Wolfgang Knorr
- Date:
- 1773
Licence: Public Domain Mark
Credit: De natuurlyke historie der versteeningen, of uitvoerige afbeelding en beschryving van de versteende zaaken, die tot heden op den aardbodem zyn ontdekt / aangevangen door Georg Wolfgang Knorr: vervolgd en omstandig beredeneerd door Johann Ernst Immanuel Walch ... uit het Hoog- in 't Nederduitsch vertaald door M. Houttuyn. Source: Wellcome Collection.
189/205 page 57
![Pa: AAT ANR Ik had het Eerfte Deel reeds met de Plaat van het Groenlandfche Plantdier be- flooten , wanneer my nog eenige merkwaardige Stukken toegezonden werden, ten einde ik die als een Aanhangzel daar byvoegen mogte. Deeze vertoonen zig op de tegenwoordige Plaat , alwaar N. 1, de aanwyzing geeft van eenen met zeer groote Aftröieten bezwangerden Steen , welke men niet ligt zo groot in enkelde Stukken vindt. Ook leggen hier en daar kleine Raderfteenen , waar van de mees- ten, gelyk ook die Stukken van Aftröieten , welke buiten den Steen uitfteeken, gemetallizeerd zyn. Alzo dit Gefteente volkomen zwart, gelyk Mansfelder Ley- fteen is, doch niet als Leijen, maar in onregelmaatige Stukken breekt, zo fchynt het een Ertshoudende Steen te zyn. Dewyl ik het by toeval onder andere Stukken heb gekreegen , zo kan ik niet zeggen , waar deeze Erts thuis behoort. In het Wurtembergfche, by ’t Kloofter Bebenhaufen , worden groote Bladen gevonden, die zig als Marmer polyften laaten, en tot allerley Zaaken gebruikt worden. Het fchynt echter niet, dat deeze met de voorheen befchreevene eenerley zy : want deeze is brokkelig en ongans, laatende zig ook niet gemakkelyk polyften ; des het een andere Soort van Steen dan de Wurtembergfche moet zyn. _N.2, is een Stuk, het welke uit niets anders dan louter Entrochieten of Rader- fteenen beftaat, en geheelenal daar uit famengefteld is. Deeze Steenen zien ’er regt merkwaardig uit; dewyl het naauwlyks te begrypen is, hoe een zo groote menigte van deeze Deelen byeengekomen zyn, van welken nog niet bekend is, van waar zy eigentlyk haar afkomft hebben. Zy zyn wel in onze Leeftyd, inzonderheid door SCHEUCHZER, Rosını en anderen meer, (gelyk reeds op andere plaatfen is aange- merkt,) voor Leden van het Caput Medu/e of andere Zee-Sterren aangezien; doch, federt ik het bekende Zee-Dier van dien naam , te deeg , volgens zyne inwendige deelen , onderzogt heb, kan ik myn toeftemming niet geeven aan dat Gevoelen, inzonderheid, nu dat merkwaardige Plantdier is ontdekt geworden. Liever zou ik het Denkbeeld begunftigen , dat zy tot een Soort van dergelyke Plantgewaflen be- hooren, die in groote menigte , gelyk andere Planten, op den bodem der Zee by elkander geftaan hebben, en, den wasdom uitgezonderd, in volkomenheid, even als afgevallen Boombladeren , by elkander leggende gebleeven, en dus tot deeze Verandering In Steen gekomen zyn. Ik ftel dit, echter, flegts als een Denkbeeld voor: want het is my zeer wel bekend, dat in dit gedeelte der Natuurlyke Wee: tenfchappen zeer veel onbeflift zal blyven (*). De Stukken die met N. 3, 4, tot It, 12, getekend zyn, behooren altemaal nog in deeze Klafle, en wie weet , hoe veelen men ‘er nog zal vinden, die zig van elkander onderfcheiden en Soorten op zig zelf fchynen te zyn : want, offchoon deeze Raderfteenen dikwils in ’t uiterlyk aanzien naar elkander gelyken , is doch kunne Vlakte , daar zy aan elkander zitten, grootelyks verfchillende. Eenigen zyn met een Roosje getekend, eenigen glad; eenigen hebben kleine infnydingen, gelyk N. 7, en nog anderen hebben Ovaalagtige verfieringen , gelyk N.4. Even zo is ook het inwendige van deeze Steenen onderfcheiden. Verfcheide Soorten hebben een fyn Gaatje, niet grooter, dan dat ’er een Varkens-Borftel door kan; gelyk het by N. 3 aangeweezen is: daar, in tegendeel, anderen, gelyk by N.8 zig open- baart, eenen vyfhoekigen doorgang hebben. Terwyl ik eenigen van deeze Stuk- ken, die op de naaftvoorgaande Plaat voorkomen, reeds omftandig befchreeven heb, . zal ik my daar mede alhier niet meer ophouden. De (*) [Dit denkbeeld van den Heer Knorr komt nader met dat van den Heer GuzrrarD overeen. ] I. Deel. | P](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b33545911_0001_0189.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)
No text description is available for this image
No text description is available for this image
No text description is available for this image