Ernstige waarschuwingen of nood- en hulpboek voor allen, welke in de liefde of door zelfbe-vlekking buiten-sporig zijn geweest, en wenschen hunne krachten weder te bekomen of te versterken / [Translated from the German and] Op nieuw verbeterd door H.J. Schouten.
- Gottfried Wilhelm Becker
- Date:
- 1829
Licence: Public Domain Mark
Credit: Ernstige waarschuwingen of nood- en hulpboek voor allen, welke in de liefde of door zelfbe-vlekking buiten-sporig zijn geweest, en wenschen hunne krachten weder te bekomen of te versterken / [Translated from the German and] Op nieuw verbeterd door H.J. Schouten. Source: Wellcome Collection.
29/280 (page 15)
![Lieden, welke door eene krankheid zijn aange- tast geweest, moeten völfirekt eenen behoorlijken tijd lang wachten, indien zij den ontfnapten dood op geene aangename wijze in den mond willen loo- pen; want de dagboeken der geneesheeren hebben ons dienaangaande verfcheidene gefchiedenisfen op- geleverd , dat zulke herftelden, in den eerden 9 té tijdig gepleegden bijflaap , onder de oefening van denzelven, plotfeliüg aan de vallende ziekte ge- ftorven zijn, of ten minfte zich dezelve op den hals gehaald hebben. Nu liggen de Hypochondristen (zwartgalligen) billijk aan de beurt. Ik zal mijnader eenmaal daar- over in het vervolg van dit werk, uitlaten 9 hoe ik , namelijk , bij velen van dezelve altijd de groot- fte achterdocht op het verfpillen van het zaad heb , en daaruit de verlorene fpijs ver tering 9 de kou- de van de maag en den overvloed der gal afleide. De groote neiging tot het werk der voortteling bij zeer velen , boude ik voor anders niet 9 dan voor eene natuur- en zedelijke gewoonte. Ik weet ech- ter uit veelvuldige ondervindingen 9 dat niemand zijne kwaal meerder vergroot 9 dan de hypochon- dris- van een’ der beroemdfte Hoogleeraren in dit land, toen hij openlijk kerde en fchreef, dat van de ioo jong getrouwde mannen 95! — één of meermalen , in vroeger* tyd, aan een’ druiper laboreerden. Immers als men dat groot getal van 95 tot 100, zich voordele, en daarbij niet vergeet, dat toch bij de meesten, in hunnen eerden tijd des huwelijks-genots, de bijflaap nog al wat waarde, heeft — waar zóu het dan heen met al de wederkeerende druipers > naar de gedachte des fchrijvers? — of zouden de zonden der jongheid buiten dat niet genoeg te betreuren vallen. [V.]](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b29322583_0029.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)