Volume 1
Naaukeurige beschryving der uitwendige godtsdienst-plichten, kerk-zerden en gerwoontens van alle volkeren der waereldt in een historisch verhaal, met eenige naaukeurige verhandelingen ontvouwen, door verschedien aanmerkingen opgeheldert; en in kunstige tafereelen afgemaalt / geteekent door Bernard Picard ... Uit het Fransch in Nederduitsch overgezet door Abraham Moubach.
- Date:
- 1727-1738
Licence: Public Domain Mark
Credit: Naaukeurige beschryving der uitwendige godtsdienst-plichten, kerk-zerden en gerwoontens van alle volkeren der waereldt in een historisch verhaal, met eenige naaukeurige verhandelingen ontvouwen, door verschedien aanmerkingen opgeheldert; en in kunstige tafereelen afgemaalt / geteekent door Bernard Picard ... Uit het Fransch in Nederduitsch overgezet door Abraham Moubach. Source: Wellcome Collection.
506/536 (page 370)
![Wan¬ neer liet GeelTe- Jen der :p0 HISTORISCHE VERHANDELING over de dienft een zodanig gedrag vereifcht; en zoo van Italië , Spanje en Portugaal in hunne men ’er den aart der Volkeren byvoegt, de openbaare en byzondere Boetoefeningen ^efteltheit van ’t Gewelf’t welk in verzeng- hebben aangenomen , en die veele Geefe- dc herllenen ongeregelde denkbeelden voort- lyke Ordens in hunne Kloofers oefenen, brengt, en de Indrukzelen die men van zyne j Wy zullen hier na gclegenheit vinden, om Leeraars ontfangt, moet men noodzaakelyk ; van de Boetvaerdigheit te ipreeken, \van- bekennen, dat’er niets redelyker dan dit uit te| neer we tot het Sakrament van de Biecht bef uiten is. 'zullen overgaanj en dePrcceflie der Tuch- ^De Abt Boileau (a) klimt niet hooger1 telingen vap Spanje: van deProceflënhan- dan de elfde eeuw op om den oorfprong der delende. gen opgeko men jen der Geeffelingen in de Boetoefening te vinden. Niets fchynt noodzaakclyker dan het ge- wc]kencn Boetciin poen was \ zc^t hy , dat zich de geka-lbedtj want in alle Godtsdienlten word het aart de Sen!S perde menfehen met roeden en geefels wa- geoeffent: maar indien het uitwendige van]Jg»£_ penden, om de Goddelykheit door zeer, ’t gebedt met meteen inneriyk gevoelen van beden itrence Geeffelingen te bevreedigen. Het deugdzaamheit verzelt gaat , moet al zyne z>'n- fcheen dat men zich toen een taak van de geregeldheit als een gewoonte worden aan- moeielykfte Godtvruchtigheit en overdaadi- gezien, of als een plechtigheit befchouwt, ge boetoefening op-leide. Eindelyk bragt jen in deeze gefalte is ’t, dat het in onze men ’t met deeze Gcefeling zoo verre, dat , Verhandeling plaats vind. Men moet dan ’er in de dertiende eeuw eene Sekte van Gees- het gebedt der geenen als een plechtigheit felaars wierd ingevoert, die by paren door; aanmerken, die in een Gcbroederfchap ingc- de Steden dingen, en zich in ’t openbaar gees- lyft zyn, ook allehaarelnfellingen geef elyk felden op een geheel min f ichtelyke manier, [ aanzien, en nochtans niet fchroomen van zich die eenig medelyden verdiende. De Godt- aan ’t misdryf over te geeven > en van dee- - ’ ^ '**1 • • zen die op het uur des Doodts zich in een Monniks gewaadt ffeeken, en aan de Kloo- f ers het erfgoedt geeven, ’t geen zy hunne naaf e vrienden onttrekken ; van deeze die tot de Godtvruchtigheit overgaan, byaldicn zy befchouwen, dat de zinnen hen niet meer dienen konnen. Dit faal geeft een genoeg rechtmatig Denkbeeldt van ’t geen wy Tlcch- telyke Gebeden noemen zullen , en ’t als een Plichtreden voor vruchtighcit wegens deeze Geefleling ging eerlang tot de vrouwen over. Zy gecffel- den zich mede: maar om den volke niet tc ergeren, deeden zy ’t binnenskamers, (b) Vy fentwintig jaaren na dat déeze Sekte van Geefelaars f ant greep, worp zich een an¬ dere op , die waande van Godt den laf, van zich voor de Zonden van tmenlchelyk o-eflacht te geeffelen , ontfangen te hebben. De Kinderen zelfs rechtten onder hun een men geen DE Genootfchap van Geefelaars op Hetblyktj Goddelykheit gedaan zoukonnen af- by den aangehaalden Schryver , dat deeze Godtsdienfige mcnlchen de misdaden en on¬ geregeldheden der Chrifenen opentlyk ge¬ noeg berdpten: maar noclitans kan men met ontkennen, dat deeze verwonderenswaardi¬ ge Godtvruchtigheit met veel buitenlpoorig- heit verzelt ging. Zodanig omtrent is de oorfprong^ van de handelen. Wy laatcn het verhaal den Biechtvaderen over. In den rang der Gewoontens moet men feilen (d) het gebruik van zekere Gebeden in den zak te draagen ; het gebruik ’t geen men als een bygelovig overfchot van de A- muletes kan aanzien $ insgelyks om naau- keurig ter gef elder uure te bidden en altoos M J V / VI Ci* 1.11 V-/ Hl — * —— ** ** *w | ^ 1 f ^ G’eefelin0' ge weef , die (c) de Volkeren, in de zelfde gefalte , of in den moeielyk- ö Ö fpn (a) Hifi. Flagell. Cap. VII. (b) Zie de aangebaalde Kronyk door den Abt Botleau. Ibid. (cj De Boetelingen onderfcheiden zich in Italië door Verwen. Zy maaken ’er veelcGebroederfchappenuir onder den naam van blaauwe, groene, violetverwige, graauwe, zwarte en witte Boetelingen. Geduurende de hl: week gecffelcn zich de Gebroeders naar de maat met Zweepgeeflels, die, zoo men zegt, meergeruchts maaken dan lmart Veroorzaak en. Indien ’t zoo is, worde hunne boetoeffeningen met zoo veel vertrouwen, niet uitfevoert, als die der Bramipen en Faquiers, noch die der Oudheits Heidenen. Wy zullen de vergely- king niet aanhaaien, bedugt zynde hun haatelyk te maaken: maar naardien wy op ’t Artykel van de boetoeffë- niir’ rekomen zyn, moet men den Lezer te kennen geeven , dat het is, zoomen ’t dus noemen mag, het won- derfykffe cn uitterlykfte in de Godtsdienffen waarvan den Dienff een groote toeruffing, veele Priefters en ge- bruikelykheden vereifcht. Zy toont het zelve merkteken in den geenen die zich de Waereldt ontrekken, om vrienden van Godt te worden, en vyanden der menfehen trachten te zyn. Eveneens eindelyk is’t in de landen alwaar de verhitte herflënen door de warmte van ’t Geweft zich lichtelyk van ongemeene denkbeelden over¬ laadt. f :p dit beginzel is ’t dat men de boetelingen der Mexicanen en Ooftindianen kan afleiden; insgelyks die der Grieken en der aloude Romeinen, aan wien Minutim Fettx verwyt: dat ze den Goden bun eigen bloedt opoffe- rende, en door de gaapmg hunner wonden biddende, geen bedaarde zinnen hadden. Wat de hedendaagfehe Geellc- lingen aangaat, Polvdorus Firgilius neemt de vryheit die by dc Lupercalcs te\erge yken, die men met den Geeilcl in de handt en een vermomt gezicht, vierde. Hy voegt ’er by , dat de Egiptenaren zich by zekere effeningen met roeden geeffelden. (d) Zie 7biers de la plus necejjdire de totites lei dezotions■ Ch. 21-](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b3045721x_0001_0506.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)