De ontleedkundige plaaten / ... met eene verklaaring derzelve, vervaardigd onder toezicht van A. Bonn.
- Bartolomeo Eustachi
- Date:
- 1798
Licence: Public Domain Mark
Credit: De ontleedkundige plaaten / ... met eene verklaaring derzelve, vervaardigd onder toezicht van A. Bonn. Source: Wellcome Collection.
114/212
![VERKLAARING der PLAAT, i De tak, die wederom naar buiten over de: wervelen opklimt en uitwendige wer- velader genaamd wordt, k De linker inwendige wervelbeensader. 1 De loop van de uitwendige linker wer¬ velbeensader. m. m De Hammen van de okzeladeren. n. n De zogenaamde hoofdaderen (vena ce- phahca. o De uitwendige linker kropader,afgefne- den. p. p De loop van de hoofd-aderen. q. q De okzeladeren , die hier laager, lever- aders genaamd worden. r. r De geledings- aderen. s De zydelyke rechter tak van de lever¬ ader , die de flagader vergezeld, t. u De takken van de rechter leverader, dié naar de _ravenbeks- en tweehoofdige armfpieren loopen. y. v De loop van de leverader, naar den on-* derarm. >v. w De vlegt van takken van de hoofd- en leverader, waaruit de volgende hoofd¬ takken voorkomen. x. x De fpaakbeensaderen (venx radiaks. y. y De ellebeensaderen (vena utnarts. z. z De midden-aderen (vena mediana, * De diepgelegene aderen (profmda')i^ie de armflagaderen vergezellen, a De ongepaarde ader (vena azygos. b De tak van de ongepaarde ader , die zig in vier takken verdeelt. G—k Takken der ongepaarde ader, die tus- fchenribbige worden, voor de rechter- zyde. w Takken van de ongepaarde ader, die ach- l ter de groote flagader heen gaan, en in de linker zyde de tusfchenribbige aderen worden. X De tak van gemeenfchap tusfchen de elf¬ de en twaalfde linker tusfchenribbige ader. y. z De laatHen takken van de ongepaarde ader, die gemeenfchap krygen met de eerfle lendenaders. a De onderHe holader (vena cava inferior), boven de oorfpronk der nieraderen* afgefneden. b De nieraderen (vena renaks. c De rechter zaadader (vena fpermatica dextra, d. d De heupbeensaderen (vena\ iliaca/ e. e. e.e. e-e.e De lendenaderen (vena lumhaks. f. f. f. Takken van de lendenaderen, die in de dwarfche buikfpieren gaan. g. S* d* g- g* g Takken van gemeenfchap tusfchen de derde, vierde en vyfde len¬ denaderen. Ji. h. h Takken , die de lendenen doorbooren. i, i De beneden - buiks- of bekkenaderen (vena hypogafnea. k. k Takken van de onderbuiksaderen , die naar de uitfnyding van het heilig- en zitbeen loopen, en zig in de fpieren wan acnteren verliezen. 1. 1 Een tak van de linker onderbuiksader, die onder het fchaambeenvoorkomt, om zig met takken te verfpreiden ln de fchaambeens- en Hopfpieren. tl. m Takken van de rechter heupbeensader, die naar de fpieren loopen. n. n 'hakken der dyeaderen,die naar dezelfde fpieren gaan. o. o Takken van de rechter onderbuiks- en linker heupbeensaderen , die zig hier verfpreiden in de fpieren. p. p Het vervolg van de voorgaande takken, die in de rechter zyde met één tak, in de linker met twee, de flagader vergezellen tot in de dyefpieren. q. q De afgefneden bovenbuiksaderen (vena epigajlrica. r. r De afgefneden moederaderen (vena fa* phena. s. s De dyeaderen. (vena crurales. t De voorHe rechter fcheenbeensader (vena tibiahs. u. u De verdere verfppeiding van de fcheeff- beensader , over den rug van de voeten. De flagader en, I. 2. 3 De groote flagader (arteria aorta ) .* 1, de Ham, boven het hart afgefneden, 2, de bogt, 3, de nederdalende Ham. 4 De tak van de groote flagader , die de derde en vierde tusfchenribbige flag¬ ader wordt. 5 De Ham van lower, of der rechter krop- en onderfleutelbeensflagader , ne¬ vens de linker kropflagader. 6 De linker onderfleutelbeensflagader. 7 De Ham van lower, boven de onder- fleutelbeensaderen. 8. 8 De kropllagaderen (arteria carotides.] 9- 9 De onderfleutelbeens - flagaderen. 10. 10 Takken van de voorgaande flagaderen* 11. ii De wervelbeensflagaderen {arteria ver* tebrales. II. 12 Takken, die naar het flrottenhoofd ea de fchildwyze klier loopen. 13. 13 Takken van de borstflagaderen. 14. 14 De fchouderbladsflagaderen ( arteria fcapulares. 15. 15 De armüagaderen (arteria bracht aks. 16 Een tak van de fpaakbeensllagader. arteria radiaks* 17. ï7 Takken van de ellebeensflagaderen (arteria ulnaris. 18. 18 De diepgelegen üagaderen (arteriapro* f'inda. 19-23De vyfde, zesde, zevende, agtfle en negende tusfchenribbige üagaderen. 24 Takken van de middenriftsflagader (ar- terta dtaphragmatica. 25 De buikflagader (arteria coehaca. 26 De bovenfte darmfcneilsflagader ( ar¬ teria mefenteria fuperior. 27 De linker nierflagader (arteria renahs. 28 De zaadflagaderen (arteria fpermatica. 29 De onderüe darmfcheilsllagader (arte- na mefenteria inferior. 30. 30 De heiipbeensflagaderen (arteria iiiacx') waar in de groote Üagader gedeeld wordt. 31 De flagader, die uit de achterkant van de groote flagader langs de lendenwer¬ velen voorkomt. 32. 32 De onderbuiksllagaderen (arteria hypo* g afin ca. 33. 33 De navelflagaderen (anteria unbihcxks. 34. 34 De dyeflagaderen (arteria crurales. 35. 35 De afgefneden bovenbuiksllagaderen (arteria epigajlrica. 36 De voorfte fcheenbeensflagader (arteria tibtahs anterior. 37. 37 Derzelver verfpreiding over den rug van de voeten.](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b30454293_0114.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)


