De ontleedkundige plaaten / ... met eene verklaaring derzelve, vervaardigd onder toezicht van A. Bonn.
- Bartolomeo Eustachi
- Date:
- 1798
Licence: Public Domain Mark
Credit: De ontleedkundige plaaten / ... met eene verklaaring derzelve, vervaardigd onder toezicht van A. Bonn. Source: Wellcome Collection.
177/212
![DER 4I”‘ ■ P L EERSTE AFBEELDING. De fpieren van het hoofd en aangezicht, onder de huid gelegen, aan de regter zyde. a De optrekker van het oor (attollens auricula. b De flaapfpier (temporalis. c De kaauwlpier ('majfeter. d De voorhoofdfpier (frontalis. e.f De rondgaande Ipier der oogleden (orbicularis palpebrarum. g Een gedeelte van de toedrukkende fpier van het regter neusgat (comprejfor. zie fig- 3. g. h De optrekker van de bovenlip en neusvleugel levator labii fuperioris et ala nafe. ik De optrekker van de bovenlip ( levator labii fuperioris. ] De kleine jukbeensfpier (zygomaticus minor. m Een gedeelte van de optrekker van den mond¬ hoek (levator anguli oris. zie lig. 3. f. n De groote jukbeensfpier ( zygomaticus major. o De wangfpier (buccinator. p De nedertrekker van den mondhoek (depreffor anguli oris.- • t . q De nedertrekker van den onderlip (depreffor labii inferioris. T.r De rondgaande fpier van den mond (orbicula- ris oris. s De neusfpier'van den bovenlip (nafalis? d.e.f.k.n.p. Dezelfde aan de flinker zyde. TWEEDE AFBEELDING. a Een fchildwyze verlengzel van het voorfte ge¬ deelte of bafis van een tongbeen, van een foort van aapen. b De hoornen van zulk een tongbeen, c Het fchildwyze kraakbeen, d De tongebeens-fchildfpier (hyothyreoideus. e De borstbeens-fchildfpier ( (iernothyreoideus. f De borstbeens-tongebeensfpier (,fternohyoideus. DERDE AFBEELDING. 4 a De flaapfpier. b De kaauwfpier. c De wangfpier. d. e De rondgaande mondfpier. f De optrekker van den mondhoek, g De nedertrekker van den neusvleugel, en toe- drukker van het neusgat, h De flinker optrekker van den mondhoek. • ^ VIERDE AFBEELDING. a Het vleezig gedeelte van de flaapfpier. b Het peezig gedeelte derzelve. c Eenige byzondere vleeschvezelen. A A TV VU F D E AFBEELDING. I a De regter tongebeensfpier van het kaakbeen ( mylohyoideus. b De flinker tongebeensfpier van de kaakverëe- niging (geniohyoideus- c De ondertongklier (glandula fuhlingualis. d De priems-tongfpier C(lylogloffus. e Het priemswyze uitfteekfel van het flaapbeen. f Een bandje, dat naar het tongbeen gaat. g De flinker keelgatsfpier van hetpriemwyze uit- fteekfel (,ftylopharyngeus. h De tongfpier van het tongebeen ( hyogloffus) ,* anders in twee fpieren onderfcheiden, die van de bafis en het hoorn voortkoomen , en als dan bafioglojjus en ceratagloffus ge¬ naamd worden. i De regter priems-tongebeensfpier ( (lylohyoideus. k Het tongbeen. 1. m De tongbeensfpier van het fchouderblad (cora. cohyoideus. n Het peezig gedeelte , ’t welk de twee vlee- zige buyken 1. m verëenigt, en gewoonlyk op de inwendige flrotader ( vena jugularis') ligt. ’ ' o De tongebeensfpier van het borstbeen (fterno- hyoideus. p De ftrottehoofds- of fchildsfpier van het borst¬ been (/Iernothyreoideus. q De tongebeens-fchildfpier £ hyothyreoideus. r.r Het fchildwyze kraakbeen (cartilago tkyreoidea. s Een vezelbundel, die van de lirottehoofds- klier raar het tongbeen gaat. t De flrottehoofdsklier f glandula tkyreoidea. u De ringen van de luchtpyp ( afpera arteria. ZESDE AFBEELDING. a FT et tongebeen. b Het fchildwyze kraakbeen, c De tongebeens-fchildsfpier. d. e De borstbeens fchildfpier. 'ZEVENDE AFBEELDING. | a De bafis van het tongbeen, denkelyk van een hond of kalf. b Het regter hoorn. c.c Aanvoegfels, die het tongbeen met het flaap¬ been verëenigen. d Het fchildwyze kraakbeen, e De tongebeensTchildsfpier. f De borstbeens - fchild- en tongebeensfpier. g Derzelver aanhechting aan het fchildwyze kraak¬ been , en h aan de bafis van het tongbeen. 5 . A AGT-](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b30454293_0177.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)


