De ontleedkundige plaaten / ... met eene verklaaring derzelve, vervaardigd onder toezicht van A. Bonn.
- Bartolomeo Eustachi
- Date:
- 1798
Licence: Public Domain Mark
Credit: De ontleedkundige plaaten / ... met eene verklaaring derzelve, vervaardigd onder toezicht van A. Bonn. Source: Wellcome Collection.
208/212
![g De agterfte kokkel jsr h Het rond hoofdje, te^piedmg met hetfpaakbeen. i. i De knokkels, k de fleuf, ter geleding met het eJ/ebeen. ] Eer kuyltje, waarin het fpaakbeen, by de buy- “ging,ftuyt. xn Zen dieper kuyl, waarin het ellebeefi, by de büy- ging, ftuyt. ZEVEN.EN- TWINTIGSTE AFBEELDING. Het regeer opperarmbeen , van de buytenzyde. a Het hoofd, b de groote knobbel van het bovenfte aangroeyfel. f—■ k. Gelyk in de voorgaande afbeelding. 1 Een diepe kuyl, waarin, by de uyütrekking, het agterfte ellebeenshoofd of olecranon ftoyt. AGT-EN-TWINTIGSTE AFBEELDING. Het regter fpaakbeen , van de binnenzyde. a De fcherpe kant, waaraan de tuftehenbeensband gehecht is. b Het hoofdje, van boven met ’t opperarmbeen, zydelings met het eliebeen geleed, c De hals. d Denkelyk een gedeelte van het knobbeltje, ter inplanting der tweehoofdig) fpief. e Het onderfte aangroeyfel. NEGEN - EN - TWINTIGSTE AFBEELDING. Het regter fpaakbeen, van de buytenzyde. a. b. c. e Gelyk in de voorgaande afbeelding. d Eenige flaau we groeven, voor de trekkers der uyt- ftrekkende fpieren der hand. DERTIGSTE AFBEELDING. Het regter eliebeen, van de voorzyde. a De fcherpe lyn , waarvan de tuftehenbeensband voort koïnt. b Het agterfte elleboogs-uytfteekfel of olecranon. c Het voorlte kraayebekswyfe of haakswyze uyt- fteekfel. d De oppervlaktens, ter geleding met hetopperam- been. e De oppervlakte, ter zydelyke geleding met het fpaakbeen. f De knobbel, waaraan zig de inwendige armfpier inplant. g Het ronde hoofdje van het onderfte aangroeyfel, ’t welk zydelyk met het fpaakbeen geleed, h Het priemswyze uytfteekfel, waar van een band voortkomt. EEN-EN-DERTIGSTE AFBEELDING. Het regter eliebeen, van de buytenzyde. a.—h Defelfde deelen, als in de voorgaande afbeelding TWEE-EN-DERTIGSTE AFBEELDING. De regterhand, van de buytenzyde. a Het fchuytbeen der voorhand, b Het halfmaanswyze. c Het driehoekige, d Het ronde beentje, e Het groote veelhoekige, f Het klyne veelhoekige, g Het gehoofde been. h Het haakswyze. i Het nahandsbeen voor den duym. k Deftelfs aangroeyfel. 1 Het eerfte duymlid. m Deftelfs aangroeyfel. n Het nagelbeen. o Deftelfs aangroeyfel. p De nahandsbeenderen, voor de vingeren* q Derzelver aangroeyfels of hoofdjes. r. r De eerfte rey kootjes der vingerleden. s. s Derzelver aangroeyfels. t. t De tweede rey kootjes der vingerleden, u u De derde rey. DRIE - EN-DERTIGSTE AFBEELDING. De beenderen der regter voorhand van de binnenzyde» Eerfte rey. a Het fchuytbeen. b Het halfmaanswyze. c Het driehoekige, d Het ronde beentje. Tweede rey. ë Het uytftêekfel van het groot veelhoekig been* f Een groef, waarin een pees loopt, g Het klyne veelhoekige, h Het groote of gehoofde been. i Het wigge- of haakswyzebeen. k Deftelfs haakswyze uytfteekfel. VIER-EN*.DERTIGSTE AFBEELDING. De regter voorbandsbeenderen van een aap,- van de binntnzydë. a Een byfonder been by de aapen» b Het groote veelhoekige, c Het kleyne veelhoekige, d Een byfonder been by de aapem» e Het gehoofde been. f Het Wiggebeen. g Het fchuytbeen. h Het halfmaanswyzé. i Het driehoekige, k Het rondachtige. VYF-EN-DERTIGSTE AFBEELDING. Defelfde regter voorhandsbeenderen van een aap, van de buytenzyde. a.—k Defelfde beenderen, als in de voorgaande af¬ beelding. ZES - EN - DERTIGSTE AFBEELDING. Debeenderen der regter voorhand, van de buytenzyde. Eerfte rey. a Het fchuytbeen. b Het halfmaanswyze. c Het driehoekige, d Het ronde beentje. Tweede rey. e Het groote veelhoekige, f Het kleyne veelhoekige, g Het groote of gehoofde been. h Het Wigge of haakswyze been. ZEVEN-EN-DERTIGSTE AFBEELDING. De regterhand van een aap, van de binnenzyde. a De voorhand, dezelfde beenderen als in de vier¬ en - dertigfte afbeelding. b De nahandsheenderen, in lengte van die van den menfeh zeer verfchillende, gelyk ook de been¬ deren der vingerleden. c. c. c c. c De zaadbeentjes, talryker in de aapen. d De zeer korte duym. e De korte wysvinger. f. g. h De drie volgende langere vingers.](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b30454293_0208.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)


