Dierkundige beschouwingen, eeniger soorten van zeldzame dieren, door naauwkeurige beschryvingen, afbeeldingen en verhandelingen opgeheldert / vertaald, met aanmerkingen verrykt en thans op nieuw in 't licht gebragt [door P. Boddaert] [Anon].
- Peter Simon Pallas
- Date:
- [1770?]
Licence: Public Domain Mark
Credit: Dierkundige beschouwingen, eeniger soorten van zeldzame dieren, door naauwkeurige beschryvingen, afbeeldingen en verhandelingen opgeheldert / vertaald, met aanmerkingen verrykt en thans op nieuw in 't licht gebragt [door P. Boddaert] [Anon]. Source: Wellcome Collection.
100/226 page 8
![Tethys, By deze order komt die, in welke ik oordeele dat de Schaft de Klipkleever (w), de Zeejïer (w), en ZeeappeJ (o) moeten gcplaatft worden. Als ook de Zee Lely (p) QEncrinus^. De Zandpypen eindelyk zyn van de overige Zachtfchaaligen onderfchei- den, (als wier Schulp hen voor beengeftel diend, en een gedeelte van hun Ligchaam uitmaakt) om dat zy niet aan hunnen Koker vaftgegroeid zyn; en komen met de Zeerupfen en ZeeduiT^endbeenen in hunnen aard en zamen- llel overeen, en moeten in denzelven rang, die tot de Plant-dieren leidge- plaatft reeds van de Tethys. Hier toe behoort ook dat allerwonderlykd: Plant-dier door de Heer Russel in de Philof. tranf. 17^1. (zo ik meen) befchreeven onder den naam van Pria- pus Pedunculatus ^ en by Edwards in de laatftc plaats van het laatlle deel zyner Glea- flings of Natural Hiflory ^ afgebeeld, het geen echter geen Schaft ïs, want de Schaf¬ ten hebben maar een enkele opening en deze heeft een kruisgewyze. Zie Robin, de la nat. torn. IV. p. 41. tab. ^ B.] (/^ [In de vierde en zesde iiitgaave van het zamenllel der Natuur had de Ridder LiNNiEus, de Zakpypen ( Zldliniie j onder den naam van Priapus voorgefteld, doch in de Xllde uitgaave plaats zyn Ed. Priapus onder de Zeekwallen(^HolothuriayuoemQwAo. dezelve Schaft wiens mond met vleesachtige tepeltjes bezet is, het ligchaam met rings- wyze Jlreepen, de kop met ftreepen die in de lengte hopen. Zie Syfi. XII. p. 1091, A- moenit. Acad. torn. IV. p. 255. Zy verfchild derhalven van de joden Schaft^ Aélinia Judaica; door dien zy geen ook een opening van agter heeft, ’t geen de Zakpypen'mQl hebben. Dit geflacht is gelyk de meefte der Zachtfchaaligen nog zeer duider.. B.] (w) [De Zeepokken^ Lepades^ by veelen te» onregte Klipkleevers genaamd, (tot welke eigentlyk de Schoteltjes, en de Cypraa behooren ) bevatten, de eigentlyke Zee¬ pokken^ Klokjes^ Zeetulpen en Eendefcbulpen, Deze Dieren hebben een kort, dik,zagt ligchaam, het hoofd met gekamde fprieten, die krom zyn, en eene zeer lange fnuit die geringd is, (Zie Baster. Uitfp, I.Deel p, 145. tab. 12. ƒ. 7—10.) meer dan eens heb ik met vermaak hen deeze fnuit zien beweegen, dezelve heeft eene flingerende bewee- ging, is van verw als hoorn, en met een rtcrk vergrootend glas gezien, flaauw ge¬ ringd. B.] («) [De Zeejlerren^ fchoon tot deze bende zekerlyk betrekkelyk, maaken den over- gang tot de Hardfchaaligen; wyl de zagte Zeeflerren van onze Stranden het ligchaam le¬ derachtig, en met knobbels en fteenachtige korreltjes bezet hebben , de Heer Kade vond in het ontleeden, niet dan eene geelagtige witte blaas, die in eene lange buis, welke met kleine blaasjes uitliep, eindigde, voorts was het tegen de huid met Kraakbeenige wervelbeenderen bezet, en de Braaien, waaren van onder met zeer veele voeten of voe¬ lers bezet. ( Zie Kade Anat. Steil. Mar. by Linkens de Steil. Marin, p. 99 fqq.) B. J (0) [De Zeeappels by den Heer Baster te recht Zeeklitten genaamd, om haar gely- kenis met de Zaadhuisjes der Bardana of Klisfenkruid, komen in hun zamenftel zeer na aan de Zeedarren. (Zie Baster Uitfp. I. Deel p. 129 fqq, tab. XI. f. 1—8. en de al- gemeene Oeffenfcb. Mengelw. II. Deel. p. . B.] (p) [De Pleer Pallas haalt hier den Encrinus by welke ik Zeelely vertaald heb; ea zeer veel onderfcheiden is van den Encrinus van den Heer LiNNAius, als die een Zee- fchaft is; Zyn Ed. ten onrechte onder de Rader-dieren (^f^orticelUj geplaatd, als zyn- de de Noordfche Polypus van de Heer Pallas, zie de lyfl: der Plantd. pag. 455. en uit- gez. Verhand. /. Deel p.98. tab. 2. f, A. B. De Zeelely is myns wetens nooit levend gevonden, zie deszelvs befchryving en afbeelding, door den Heer Guettard Mem. de](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b30519792_0100.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)


