Dierkundige beschouwingen, eeniger soorten van zeldzame dieren, door naauwkeurige beschryvingen, afbeeldingen en verhandelingen opgeheldert / vertaald, met aanmerkingen verrykt en thans op nieuw in 't licht gebragt [door P. Boddaert] [Anon].
- Peter Simon Pallas
- Date:
- [1770?]
Licence: Public Domain Mark
Credit: Dierkundige beschouwingen, eeniger soorten van zeldzame dieren, door naauwkeurige beschryvingen, afbeeldingen en verhandelingen opgeheldert / vertaald, met aanmerkingen verrykt en thans op nieuw in 't licht gebragt [door P. Boddaert] [Anon]. Source: Wellcome Collection.
102/226 page 10
![nen regel van dit geflacht af, en de zoorten zyn,zoo door bet maakzelder deelen, als door bet gemis van zommige werktuigen en uiterlyke deelen onderfcheiden, zommige hebben maar enkele voetjes zonder pene eeltjes^ zeer weinige hebben geen baardjes. Zommigen hebben alleen het beginzel VBn kieuvoen^ andere byzondere fchuhhetjes op den rug. Meer verfcheiden- heden zal men uit de befchryvingen der zoorten konnen opmaaken. Ook is de gedaante en evenredigheid van het ligchaam in verfcheiden zoorten zeer verfchillende ( r ). Zommigen zyn zamengetrokken en byna ei-rond, andere zeer lang, waarom zommige hen tot de Nereides of Zee- duizendbeen gebracht hebben, Dezelve verfcheidenheid heerfcht ’er in het getal der kerven of fneeden, niet alleen in verfcheiden zoorten, maar ook in byzondere Dieren van dezelve zoort. Men kan ook niet twyffelen, of ’er is eene overeenkomft, tusfehen de innerlyke deelen van verfcheiden zoorten van Zeerupfen^ maar zommige zeldzaame zoorten, welke my uit de Cabinetten der Liefhebberen geleend waaren ter ontleedkunde te onderwerpen, waare tegen de goede trouwe gezondigd. De zoorten echter welke ik ontleed heb, met elkander verge- leeken, toonden dat de Zeerupfen door het algemeene geitel der Ingewan¬ den , en zoo verre overeenkwamen, dat zy alle eene vleefchige, vertee- rende maag hadden, by de ingewanden^ die met een celachtig vlies, of be- hangzels voorzien zyn, dat de groote ader aan de fpyshuis in de lengte vait- gehegt, allerwegen takken afzond, en dat het zenuw - engeitel, naby dat der Rupfen komt. In het algemeen komt het uiterlyk en innerlyk geitel der Zeemuizen, zoo na aan dat der gekorvenen, dat zy dikwyls niet ten onregte Zeerupfen en Zeeduizendheenen genoemd worden, en dus de gekorvene Dieren door de Zeemuizen y Zeeduizendheenen en Zandpypen tot de Typ-Corallynen^ Tubu- lariis overgaan, en dus in eene onafgebrooken rei i^et de Plant - Dieren zamen hangen, (j) Zy (r) [De Heer d’Aübenton en in navolging van hem, hebben de Heeren Pallas en Gronovius , by hunne uitvoerige befchryvingen ook de maaten van de befchreeven Die¬ ren ten naauwkeurigftenaangeteekend, behoudens de achting welke ik die geleerden toe¬ draag , wil ik gaerne bekennen, het wezentlyke nut van deezen arbeid niet te konnen zien, wyl men in geene bende een vaft punt heeft, waar men van afkan rekenen; want van yder Dier heeft men ’er groote en kleine, en ik geloof niet dat ’er twee Dieren van dezelve zoort, juifl even groot zyn, en men weet het uiterde groeipunt van een Dier niet zeker; Indien men dat konde nagaan, dan zoude het veel nuts konnen zyn. B.] (s) [ De verfchillen alleen van de 7.eeciuizendbeenen, door dien zy dien ïoeftel van kieuwen hebben, welke de Zeeduizendheenen misfen; (waar van in’tvolgen¬ de Stukje breeder) en deze verfchillen weder van de Zandpypen^ daar in alleen, dat zy niet aan hunnen koker valtgegroeid zyn; diO. Zandpypen verfchillen alleen van de Pyp~ Corallynen door hunne takkige gedaante, en groeibaar leven, dat hen tot de Plant-Die- ren brengt, (zie de Lyfi der Plant-Dieren p. 97.) Indien men nu van de Duizendbeen Jului Linn. Syfl, XIL p, 1064. tot de Zeemuizen overgaat, zal de rei van de Geror- VENR tot de PLANT-DiEREW onafgebrookeu voortgaan. B.]](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b30519792_0102.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)


