Dierkundige beschouwingen, eeniger soorten van zeldzame dieren, door naauwkeurige beschryvingen, afbeeldingen en verhandelingen opgeheldert / vertaald, met aanmerkingen verrykt en thans op nieuw in 't licht gebragt [door P. Boddaert] [Anon].
- Peter Simon Pallas
- Date:
- [1770?]
Licence: Public Domain Mark
Credit: Dierkundige beschouwingen, eeniger soorten van zeldzame dieren, door naauwkeurige beschryvingen, afbeeldingen en verhandelingen opgeheldert / vertaald, met aanmerkingen verrykt en thans op nieuw in 't licht gebragt [door P. Boddaert] [Anon]. Source: Wellcome Collection.
111/226 page 19
![r C ï? ) terwyl het ovetvloedige door de Pm* der blaaden uitwaasfemt (x), Wy zullen hier na zien, dat het aderlyk geftel het zelve is, in de Zeeduizend- beenen. Ik heb hier boven aangetoond, in welke order de Zeerupfm, Zee- duizendbeenen en Zandpypen zaamenhangen, en hunne verwandfchap met de Plant Dieren; en dezelve kan tot de gekorvene overgebracht worden, men vergelyke flechts wat ik hier van gezegd heb in de Lyjl der Plant-Dieren , p, 14. Wanneer men de Zeemuizen in het begin van den Zomer opend, zie men zeer veele witte gekrulde, in elkander gewardde zagte draadjes, die over het ingewand met zyne byhangzelen heen loopen, en dikwyls over de maag, even gelyk in de Rupfen^ in veelen en zelv in de meefte volwasfene heb ik deze draadjes in oneindig veele even groote greintjes, zoo groot als Zandkorreltjes veranderd gezien, even als of het eitjes waaren , die ter naauwernood aan elkander hangen, door de ligtfte behandeling brak dit eyerketentje, en in zommige Zeemuizen, in welke zy misfchien ryper waa* ren, liepen zy met ’t bovengemelde vocht in de eerde infnyding, uit. Ter zei ver tyd echter, dat dit in veelen van allerley grootte gevonden wierd, toonde echter zommigen geen fchyn van draadjes of eitjes. In de maand Junius van 1765. vond ik onder een groot getal van vers- fche Zeemuizen, de kleine vol-eitjes zoo groot als zandkorreltjes, met een taay gomachtig vocht, in ftreepen en klompen zaamenhangende, en de groote hadden tevens den buik vol met een vloeybaare, kleevende melk. Men kan byna niet twyffelen of die graantjes zyn eyeren en de melk het feaad vocht, en dus moet men deze voor mannetjes, en de eerde voorwyf- jes houden. - Maar hoe deze eitjes en dit zaadvocht in de enkele hollig¬ heid van den buik gebooren worden, daar geen eyerned, of zaadvat, of eenig ingewand daar toe dienende gevonden word in het geheele Dier, hoe' deze (a:) [Wanneer men den omloop der vochten in de Dieren en Planten befchouwt, ziet men hier wonderlyke verfcheidenheden, in de Viervoedgeii en in de Vogelen, loopt liet bloed, door de flagaders uit het hart, naar de aderen, die het zelve weder in het hart te rug voeren, en het voedend fap, door kleine vaatjes afgefcheiden, word in de Chylbuis en van daarin het bloed overgebragc. In de t'weejïagtige Dieren, in welke het Hart maar een oor heeft, ontlallen zig de longs aderen in het hart, inde Kikvors- fchen in het Hartsoor, en in de Salamanders in de holle ader, (zie du Verney Oeuvr, Anatem, tem, II» p. 478.) In de Fisfchen loopt het bloed uit het hart komende ia de kieuwen, en word van daar naar alle de deelen van het ligchaara gebracht. In de Rupfen is het hart zoo lang als het geheele lichaam, en geeft vleugelsgewyze tak¬ ken aan alle de deelen van het ligchaam, (zie Lyonn. trait. Anatom. &c. tab. F. f. r. p. 104. en tab. XII, f. i. p, 412. &c.) hoena dit aan de Zeemuizen komt, kan men uit het boven gemelde nagaan, - Befchouwd men den loop der vochten in de Plan¬ ten, dan ziet men, dat de fyiie wortelbuisjes het ingeOorpte vocht opvoeren, aan de ge¬ heele Plant mede deelen, en dat het overtollige door de Pori der blaaden iiitwaasfemt, Zie Bonnet ufage des feuilles Mem, I. en Mem, F, tab, uit, vergeleken met Hales Groei jende IFeegkunde IF, lioofdjluk,) B. ] lil. Stuk. c 2](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b30519792_0111.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)


