Dierkundige beschouwingen, eeniger soorten van zeldzame dieren, door naauwkeurige beschryvingen, afbeeldingen en verhandelingen opgeheldert / vertaald, met aanmerkingen verrykt en thans op nieuw in 't licht gebragt [door P. Boddaert] [Anon].
- Peter Simon Pallas
- Date:
- [1770?]
Licence: Public Domain Mark
Credit: Dierkundige beschouwingen, eeniger soorten van zeldzame dieren, door naauwkeurige beschryvingen, afbeeldingen en verhandelingen opgeheldert / vertaald, met aanmerkingen verrykt en thans op nieuw in 't licht gebragt [door P. Boddaert] [Anon]. Source: Wellcome Collection.
134/226 page 6
![Alle de Zeeduizendbeenèn, welke ik ken, verdeden zig in twee ben¬ den , welke 4n meer dan in een opzicht van elkander verlchiilen.' De dwalende Zeeduizendbeenen, zwerven in het wier en andere Zeeplan¬ ten , of kruipen in de Ipleeten der Rotzen, of op den grond der Zee, of in Zee rottend hout. Deze hebben in ’t algemeen een rank ligchaam, dat zeer lang en overal even breed is, van het hoofd af met fprietjes omzet, aliengs- kens dunner wordende, in ringen verdeeld, en yder ring is met voetjes gevind. - De Zeeduizendbeenen kunnen even als de Aardwormen hun ligchaam tot eene groote lengte uitrekken, en in haaien, zy gly- den met hun klein ligchaam ligtelyk door alle fpleeten, en door de kleinfte openingen ,-zy verfchillen voornamentlyk van de lange Zeerup- fen^ dat zy geen kieuw geflcl hebben, maar verder heeft de Schepper de paaien tusfchen de Zeerupfen en de Zeeduizendbeenen zoo naauw by elkander gezet, dat men een fcherp oog nodig heeft om dezelve te kennen; te meer om dat het kenmerk uit het aanwezen of niet aanwezen der kieuwen genomen^ niet altyd doorgaat, dus moeten wy dikwerf tot de uiterlyke gedaante onzen toevlucht neemen, en door vergelykiiig en het nagaan de onderlinge verfchillende zoorten bepaalen. Zommige dezer komen onder den naam van Scolopendra Marina voor, andere zyn klein en leven in zoet water, waar van Roesel voor al goe¬ de afbeeldingen heeft nagelaaten, als ook andere, (r) De andere benden bevat de in kokers woonende Zeeduizendbeenen die ons tot de Zandpypen leiden, dog wy zullen hier na zien hoe zeer zy van dezelve verfchillen, en hoe zy in getal en gedaante der deelen na¬ der by de dwaalende Zeeduizendbeenen^omQn, Echter fchynthet, dat zy ook van dezen konnen afgefcheiden worden, en zoo wel als de Zee- rupfen een nieuw geflacht maaken konnen, want zy hebben zommigen eigenfehappen , die hen alleen eigen zyn , en voor geflachtsmerken konnen doorgaan , want zy zyn meeR korter, en verfchuilen zich in een koker uit verfcheiden ftoffen zamengefleld. Daar Reken zy hun kop uit, die behalven de fprieten even gelyk de Kokerwormen met fchoo- ne Kieuwen vercierd is, welke in grooten getale] by de Zeerupfen, en by de meeRe Zeeduizendbeenen geheel niet gevonden worden. On- der- Plant-D. p. II2. No. 46. en men vergelyke de afbeelding van de Heer Schaeffer bbi- men Polyp, des fusfen maters 1755. Tab. I. met onze afbeelding F. i. Martini, Hen Cabinet. Tab. IV. F. 26-—20. B.] (c) [De bede afbeeldingen van deeze zoort, vind men by ‘Kor.sr.hinfebt belT om All. Tab. 79. F. I. Tab. 78. Fig. 16. 17. Trembley bijl. des Polyp. Mem. ll.p. . Tab, 6. F. I. die van de Heer Baster zyn naauwkeurig genoeg in teekening, doch de gro¬ vere etzing beneemt veel van de fraaiheid der afbeelding, welke egter, door de kundi¬ ge en juifte befchryving ten vollen vergoed word. B.]](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b30519792_0134.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)


