Dierkundige beschouwingen, eeniger soorten van zeldzame dieren, door naauwkeurige beschryvingen, afbeeldingen en verhandelingen opgeheldert / vertaald, met aanmerkingen verrykt en thans op nieuw in 't licht gebragt [door P. Boddaert] [Anon].
- Peter Simon Pallas
- Date:
- [1770?]
Licence: Public Domain Mark
Credit: Dierkundige beschouwingen, eeniger soorten van zeldzame dieren, door naauwkeurige beschryvingen, afbeeldingen en verhandelingen opgeheldert / vertaald, met aanmerkingen verrykt en thans op nieuw in 't licht gebragt [door P. Boddaert] [Anon]. Source: Wellcome Collection.
139/226 page 11
![BESCHRYVING. De gedaante van het Ligchaam Qfig. i,) is een weinig platter dan rolrond ; de rug (fig, 5.) is half rolrond geheel glad , en zeer fyu geflreept; de buikzyde Qfig, i. h. 4.) is minder verheeven en dwars gerimpeld; door de zyden (fig. i,) loopt eene dwarsfche plooy die ge¬ knobbeld fchynt dog eigentlyk dwars gefpleeten, en door ftraks te be- fchryven voeyes hier en daar verdeeld is. Het Hoofd Qfig. 7. 8. 9.) maakt van vooren het vleefchagtigfte en dikfte deel van het Dier uit. Voornamentlyk muntten in het zelve twee 'pluimtjes (fig, i. 2. 3. 8. 9. a.^ uit, die rond zyn en gemaakt uit platte verguldde fcherpeindige veertjes, de binnenfte'in yder pluimt]e worden allengskens kleiner en naauwer en de buitenfte neemen ook af en worden breeder, alle buigen zy wat na den rug toe. Deze veertjes zyn in het vleesachtig Hoofd, zoo dat zy daksgev/yzen, gelyk de roei- veeren in de vleugelen van Vogelen, op elkander leggen. Agter deze pluimtjes, legt ’er in de Kaapfche verfcheidenheid aan de Rugzyde eene dikke rimpelige band (fig. i. F.) dog in de Holland- fche Zeeduizendbeen is 'er gelyk wy nader zien zullen eene hol gerand kuiltje (fig. 5. 8. 9. ƒ.) onder de pluimtjes legt eene halve Circul- ronde rand , die gehaird en in gefneeden is (fig^ 8. 9. A.) deze is uit¬ gebreid, en gaat om een gezwollen (fig. 7.) in het midden, en aan de zyden is het bezet en verborgen door een bofchvedertjes, die draad- agtig ongelyk en zaamengetrokken. Aan wederzyden van het Floofd is een borflelhairige fpriet die vlies¬ achtig is , deze dienen voor fprietjes; en kunnen voorfte fprietjes ge¬ naamd worden, want dan zyn ’er nog twee naar agter (fig, cc.') Op het Hoofd volgen aan de Buikzyden (want de rug is overal gelyk) - drie verdeelingen; die zeer vooruit fleeken, en wier vleefch hard is. En in de Kaapfche verfcheidenheid jui'ft zoo zyn als in de Hollandfche in fig. 4. afgebeeld. Zy komen by een uitfleekend knobbeltje zaamen, en zyn aan wederzyden van het knobbeltje door een voor gefchei- den. De eerfie dezer Verdeelingen geeft op de rug een baardje, dat een derde kleiner is, dan de voorfte fprietjes i. 7. 8. 9 cc.) De tweede Verdeeling is met een witte eeltagtigheid op de rug onderfcheiden. De derde ryft uit het midden van den knobbel als eene kraakbeenige verheventheid , die fchuins en van boven plat is. Men vind twee paar Kieuwen, die beide aan die van de Visfchen of liever aan die der Kreeften gelyk zyn (fig. 1. 5. 6. 7. ee.) zy zyn vleesachtig , zeisfen gewys, aan hun grondfluk vaftgegroeid en aan IF. Stuk. 3 2 de](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b30519792_0139.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)


