Dierkundige beschouwingen, eeniger soorten van zeldzame dieren, door naauwkeurige beschryvingen, afbeeldingen en verhandelingen opgeheldert / vertaald, met aanmerkingen verrykt en thans op nieuw in 't licht gebragt [door P. Boddaert] [Anon].
- Peter Simon Pallas
- Date:
- [1770?]
Licence: Public Domain Mark
Credit: Dierkundige beschouwingen, eeniger soorten van zeldzame dieren, door naauwkeurige beschryvingen, afbeeldingen en verhandelingen opgeheldert / vertaald, met aanmerkingen verrykt en thans op nieuw in 't licht gebragt [door P. Boddaert] [Anon]. Source: Wellcome Collection.
145/226 page 17
![C I? ) der meer verlengd, en heeft een vereeltheid agter den laatflen voet, en beftaat in een Ibhuitsgewyze byhangzel, dat korter en fraayer is. Of dit genoegzaam zy om ’er een byzonder zoort van te maaken, de ftoffe van de buis is zeker een groote rede, welke ik in de Kaapfche vtrfcheidenheid^altyd uit een zoortige deeltjes van eene onbekende na¬ tuur gezien heb. Schoon het Dier geen gebrek aan zand had, ge- lyk uit de menigte van Kalk-Zand in de ingewanden gevonden blykt., Fig.' 3. vertoond de rolronde Hollandfche Zeeduizendbeen in zynen Zandkoker, uit welke de pluimtjes en de baardjes hangen. Fig. 3. vertoond dezelve van de buikzyde, en toond dus de verfcheidenheid der verdeelingen en voetjes Fig. 5. is dezelve, ten deele van de rug ten deele van de zyde te zien om de gedaante der zyv^oetjes te too- nen, en de fprietjes, de baardjes en de kieuwen in hunnen natuurlyken fland. Fig. (5. toont den Duizendbeen in Azyn ofBrandewyn geftorven, zaam getrokken en krom. Fig. 7. toond het hoofd van onder, hier ziet men eerfl de pluimtjes a, de kleine (ü) cc, en de baardtjes om den mond gekrulden ge¬ kromd. Fig. 8. toont het hoofd van ter zyden a, de pluimtjes A. den rand onder de pluimtjes uitgefpannen, en uitgefneden ingefronfeld, b, de grootte fpreetjes, c, de kleine d, de baardtjes van den mond, ee. de kieuwen ƒ. de holligheid, die aan de Hollandfche Zeeduizendbeen ei¬ gen is. Fig. 9. is de zyde van ’t hoofd van boven, a. de pluimtjes cA. den rand bb, en cc, de fpreetjes d, de baardjes ƒ. de holte van het hoofd. Het fchuitsgewyze byhangfel der ftaart worden 10. ii. van ter zyden gezien. o N T L E E D I N G. V De innerlyke deden, door geen vet belet zynde konnen ligtelyk om hunne duidelykheid nagegaan worden. Het vel is zeer dun, witagtig doorzigtig, en fcheid zonder moeite van de fpieren, vooral in geweekte, in een levend Dier kaatfl het de coleuren van de regenboog te rug. De (v) [Deze Baardjes en fprieten geeven een aanmerkelyk kenmerk van de overeenkomt tuflchen de korvenen, en Zeedieren, wy zaagen dezelve in de Zeerupfen, nu weder in de Zeeduizendbeenen, B.]](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b30519792_0145.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)


