Dierkundige beschouwingen, eeniger soorten van zeldzame dieren, door naauwkeurige beschryvingen, afbeeldingen en verhandelingen opgeheldert / vertaald, met aanmerkingen verrykt en thans op nieuw in 't licht gebragt [door P. Boddaert] [Anon].
- Peter Simon Pallas
- Date:
- [1770?]
Licence: Public Domain Mark
Credit: Dierkundige beschouwingen, eeniger soorten van zeldzame dieren, door naauwkeurige beschryvingen, afbeeldingen en verhandelingen opgeheldert / vertaald, met aanmerkingen verrykt en thans op nieuw in 't licht gebragt [door P. Boddaert] [Anon]. Source: Wellcome Collection.
147/226 page 19
![/ agtig deel des hoofds, en in de holligheid van het ligchaam gekoomen, word het tot eene maag uitgebreid. T>QMaag Qfig, 12. 13. ee.^is klein, eyvormig, vleefchig en in de leng¬ te geflreept als een Meloen. ’Er zyn drie-erlei ingewanden het eerfle Qfig. 12. 13. d.) is geel- agtig, legt nader aan de rug, en meer na dc linkerzyde, en van de Maag af, word het drie vierde van de lengte van het Dier, dan ver- breedende, word het krom en maakt den tweeden darm (d. e.') die zeer breed, dun en oranje verwig is, het klimt ter regter zyde onder den eerften op, en verdunnende kromt het zig aan de regterzyde van ’t hoofd Qfig. 13. e.) De derde Darm Qe, ƒ.) is zamengevallen en bleek en loopt tusfchen de voorgemelde door en hunnen loop volgende, loopt hy regt naar den Aars. Deze Darm is altyd vol Zandkorrels, zomtyds heb ik de voo- rige met een zand agtig flyk opgevuld gevonden. De ingewanden zyn onderling door een doorzigtig zeer dun vliesje . als een darmfcheiltje verbonden Qaa') en het gedeelte van den der¬ den darm is met zulk een vliesje in de lengte aan het vel vall. Aan het eerfle ingewand is eene dikke, geboogen buis vaft met een zeer rood vogt gevuld, die my voor het hart of den flam van het vaat- achtig zaamenflel fcliynt te dienen, (bb') ■ In een Dier dat geheel en varfch is fchynt dit ontrent het midden van het ligchaam doch aan de rugzyde, en aan de buikzyde meer naar agter, en fchynt het geheele doorzigtige van het Dier, te verwen. Ik heb ’er meen ik, een zeer flaauwe zamentrekkende beweeging in ge¬ zien, die egter niet regelmatig was, dezelve buis verdund, loopt ook kngs den tweeden darm, en loopt als een klein rood adertje tot den aars, het voorfle einde van de dikke Stam, word boven de maag, tot een ader verdund , die een groote tak regthoékig naar de kieuwen Huurt, en twee andere gaan ’er na den Slokdarm, en de onpaare ader word (^aa) [De wormsgewyze'beweeging der darmen, Helde in gevaar om door plaats ver¬ andering , een onmiddelyken dood of ondragelyke pynen aan het Dierlyk ligchaam toé te brengen. Maar de opperfte .goedheid, die in alles het welzyn van zyn Schepzelen beoogt, droeg hier zorg voor, met de darmen door een darmfcheil aan elkander te voe¬ gen en het vlies, dat hier in de lengte den darm aan het vel verbind, fchynt de plaats van het Mefenterium beflaan. B.] (bb) [Geen Dier buiten de Plant-Dieren is ’er bekend, dat geen hart heeft, dit is derhalven aller noodzakelykft tot het leeven, dog deszelvs zamenftel is verfchillende niet alleen in de verfcheiden benden, maar zelf in verfchillende zoorten van dezelve ben¬ den ; alom is het gefchikt naar de levenswys der Dieren. Zie (Linn. Syft, XII. p, ip. 20. Hall Pbyf. Tom» /. Qap^ uit. Lyonn. Anat. de la Qhen^ welke egter tvvylFeld of dit het hart is. B.] IV. Stuk. C 2](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b30519792_0147.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)


