Dierkundige beschouwingen, eeniger soorten van zeldzame dieren, door naauwkeurige beschryvingen, afbeeldingen en verhandelingen opgeheldert / vertaald, met aanmerkingen verrykt en thans op nieuw in 't licht gebragt [door P. Boddaert] [Anon].
- Peter Simon Pallas
- Date:
- [1770?]
Licence: Public Domain Mark
Credit: Dierkundige beschouwingen, eeniger soorten van zeldzame dieren, door naauwkeurige beschryvingen, afbeeldingen en verhandelingen opgeheldert / vertaald, met aanmerkingen verrykt en thans op nieuw in 't licht gebragt [door P. Boddaert] [Anon]. Source: Wellcome Collection.
153/226 page 25
![r • r , ^ - De Mond is tuffchen die Schubben gelipt {fig, 19.) met een flangs- gewyze gedraaid Schubbetje , dat rond is , en naar boven uitge- Ipreid. By dit flrotklappig Schubbetje vind men een groote menigte baard¬ jes, als witte draadjes, die het levend Dier kan draayen, en zy zyn lymachtig, de bovenfte zyn zeer lang, de onderfle worden allengs- kens korter, en zyn aan den mond zeer kort. De kieuwen ryzen uit den nek met zes ftammen in eene dubbele rei en zyn zeer rood, en als een boomtje of ader getakt en eindigen met ontelbaar fyne uiterftc topjes; yder kieuw is eene waare Slagader met alle zyne takken vry en niet overdekt. - Jn het levende Dier is zy vol bloed, en alle de adertjes zyn ftyf, en afgefneeden loopt *er een taay rood vocht uit^ na de dood van het Dier'worden zy flap. De kieuwen van de linker rei {fig. 21.) zyn langer dan die van de regter {fig. 22.) die korter zyn maar takkiger, (00) in beide kanten worden de agterfle allengskens kleiner ^n zyn zomtyds geboogen. In alle heeft de Heer Sandifort, M. D. met een Microscoop den om¬ loop van het bloed fraay gezien , doch thans geen levende onder¬ werpen hebbende kan ik die Proefneeming niet herhaalen. ONTLEEDING. In zommige , welke ik levend in vocht geworpen had fcheide de op¬ perhuid vooral aan de zydeplooy met blaasjes van het vel, welke blaas¬ jes veroorzaakt wierden , door het uitgeftorte'geleyachtig vocht, ea fcheen dik en witagtig. De huid \Y2iS aan het fpiergeftel vafl gegroeid, en ligtlyk met de¬ zelve doorfneeden. De Rug of kieuwzyde bevat een fpierlaag, die zeer breed is, aan de onderzyde zyn vier lange banden, dicht by elkander, tuffchen de ui- terfle en de rug worden de voet hairtjes ingeplant. De rug en de buik- ftreepen, beftaan uit lange vezels, die eene peesachtige witheid heb- ben, dog men ziet geene dwarsfe fpiervezelen. De $ {00) [Dit is zeer aanmerkelyk, en het eenige Dier my bekend in welke in dit ftuk de fyminetrie Tchynt te ontbreeken; wyl in alle andere Dieren de dubbele leeden de¬ zelve groote en gedaante hebben ^ en fchoon de Kapel van de Heer Voèt onder den naam van Eulenzwitter door de Heer Schaeffer befchreeven, zoo verfchillend is, aan de eene;^ en andere zyde, zyn egter de deelen even groot (en het komt my voor meer een werk der kunft, dan det Natuur te zyn.) B.] IV, StuL D](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b30519792_0153.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)


