Dierkundige beschouwingen, eeniger soorten van zeldzame dieren, door naauwkeurige beschryvingen, afbeeldingen en verhandelingen opgeheldert / vertaald, met aanmerkingen verrykt en thans op nieuw in 't licht gebragt [door P. Boddaert] [Anon].
- Peter Simon Pallas
- Date:
- [1770?]
Licence: Public Domain Mark
Credit: Dierkundige beschouwingen, eeniger soorten van zeldzame dieren, door naauwkeurige beschryvingen, afbeeldingen en verhandelingen opgeheldert / vertaald, met aanmerkingen verrykt en thans op nieuw in 't licht gebragt [door P. Boddaert] [Anon]. Source: Wellcome Collection.
155/226 page 27
![( 27 ) Ik heb deze blaasjes in alle de Zeeduizendbeenen van deze zoort ge¬ vonden, en ik twyffel niet of het zyn de werktuigender Voorteeling. Z O O R T E N VAN KREEFTACHTIGE PISSEBEDDEN. De groote Linn^us heeft by de Kreeften, en de Heer Grghovivb heeft by de Garnaalen Infeélen gebracht welke onder den naam van JVater-Vlooyen zeer bekend zyir en die door hun zamenftel, getal van voeten en fprieten tot de PilJebedden ( ) behooren, en kreeftachtigc PilTebedden konnen genoemd worden. Oniscus pulex i de Zee Vloo, plat met vier pooten^ de voorjle als met (a) [Het geflaclit der PiJJebedden word door de hedendaagfche Rangfchikkers be¬ paald , een ovaal ligchaain, borftelhairige fprieten en veertien pooten, Linn. Syfl* p. io5p. De Heeren Schaeffer en Geoffroy, voegen hier by, dat de fprieten geboo- gen of gebrooken zyn (Schaeff. Ekm, entom. Tab. 92. Geoffr.^ Infeöï. Tom. II, 668.) De Heer Gronovius zegt dat zy 14-40 en meer pooten hebben, de Staart niet geboogen, en de oogen niet op Steeltjes, (Gronov. Zooph.p. 234.) De kenmer¬ ken der Kreeften en Krabben, by den Heer Linn^us zyn 8 pooten zelden 6 of 10twee verre van elkander, op deeltjes (taande oogen, twee fchaaren, eene geleedde, ongewa¬ pende (taart. (Linn. Syjl. XII. p. 1038.) De Heer Schaeffer voegt hier by bor(tel- hairige fprieten, het hoofd met de bord vereenigd, het ligchaam met een fchaalbedekt, de daart gebladerd, Schaeff, Elem, entom. Tab, 33, De Heer Geoffroy (Jnfelt. Tom. 11, p. 661.) bepaald de Kreeften dus: twee bordelhairige fprieten, twee fchaaren, en het ligchaam met eene harde fchaal bedekt. Indien men nu deze kenteekenen van de PilTebedden met die der Kreeften vergelykt, zal men zien, dat zy alleen verfchillen in de fchaaren, dat de bordelhairen gebrooken zyn, en de oogen niet op deeltjes daan, derhalven volgens de Piflebedden in de Natuurlyke order op de Kreeften, en men zou¬ de dus konnen den voortgang van de Infeiden tot de hardfchaaligen maaken, de Vloo^ de JVatervlooy ^ de Pijfebed ^ de Kraby de Kreeft y de Scorpioen, Ook hebben de Heeren Gronovius en Geoffroy, de Piifebed op de Kreeften laaten vólgen, fchoonde Heer Linnzeus ’er de Watervloo tudchen gevoegd heeft. B.]](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b30519792_0155.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)


