Dierkundige beschouwingen, eeniger soorten van zeldzame dieren, door naauwkeurige beschryvingen, afbeeldingen en verhandelingen opgeheldert / vertaald, met aanmerkingen verrykt en thans op nieuw in 't licht gebragt [door P. Boddaert] [Anon].
- Peter Simon Pallas
- Date:
- [1770?]
Licence: Public Domain Mark
Credit: Dierkundige beschouwingen, eeniger soorten van zeldzame dieren, door naauwkeurige beschryvingen, afbeeldingen en verhandelingen opgeheldert / vertaald, met aanmerkingen verrykt en thans op nieuw in 't licht gebragt [door P. Boddaert] [Anon]. Source: Wellcome Collection.
167/226 page 7
![niet in uitgehold hout, maar in dé zandgrond der Zee nefteld, hierora^ is zy\ van Rumphiüs te recht, by den Paalworm gevoegd, de Gieter of* Neptunus Schagt (/?) by Linnaeus Priapus Veneris genoemt, en welkers fchelp. ons bekend is, fchynt zoo veele overeenkomft met deeze Paal¬ wormen te hebben, dat ik oordeel dat zy by dezelve te regte gevoegd-^ mag worden. Het Penceeltje van Ellis , van L'inntEUs tot de Zandkokers gebragt, heb ik tot de in Kokers woonencle Duizendbeenen verbonden (Q en de gaa- 'pende Zandkokers van dien grooten Rangfchikker, heb ik in de Lyfi^ ■van Plantdieren , pag, 91. getoond dat tot de Baftaard Polypen-van ^ Hill behoorde (Ji). Ik wilde derhalven alleen, die Diertjes Zandkokers genoemd héb-* ben, die in hunne gedaante en zamenflel, na by deze groote zoort kom¬ men , en meeft in een fchelpkoker leeven, in welke zy in de lengte aan¬ gegroeid zyn, en welken zy nooit verlaaten. Ik zeg meeft in een fchelp-- koker, om dat. ’er in onze Zee zig dikwyls eene waare Zandkoker ver-' toond; ven heeft, men vergelyke de béfchryving en afbeelding van Sellius met de aangehaalde plaats van Rumphius. De Paalwormen aan onze Vaderlandfche Zeekiilten al te wel be¬ kend, fchynen aan de Stcenwormen zeer naby te komen, en myns bedunkens volgen de Steenwormen, Paalwormen, Eendenhalzen, en zoogenaamde Poticepieds oïVoQiioonQn elkander in eene natuurlyke order. Alle hebben zy het Hoofd in eene Schnlp, het lig- chaam naakt, zagt, en wormsgewyze, het ligchaara der Eendenhalzen eindigt in een bJaas die doorfchynende is, in welke een doorfchynend vliesachtig ligchaam beflooten is. B.] {h) [Ook heeft de Heer Linn^üs dezelve thans tot de Zandkokers betrokken, en noemt dezelve Schaft met een fpilronde rechte fchelp, die aan haar uiterfte gedraald is, en de fchyf rolronde gaatjes heeft. Syd, XII, p. 1267. afbeeldingen van Rumphius Amb, Rariteitk» Tab. 41. 7. Gualt. ieji, tab. 10. f, d’Argensv, Conch, tab, 4. ƒ. G. zyn alle zeer goed; dog de bede is die welke de Heer Meuschen tot een proef van zyn voorgenomen Werk over de Cönchyologie-hQQÏi uitgegecven. Als ^ ook die van de Heer Martini Conch'll, tab, IF, - Dit Dier moet een verwonder- lyk leven hebben, wyl de fchelp aan beiden zyden geflooten is;- en geene dan gemelde rolronde pori heeft; welke zoo klein zyn, dat men’er naauwelyks een kleine fpeld in kan brengen. Hoe derhalven de voeding, groeijing en. voorteeling gefchied Is^moeijelyk te zeggen, de grootte is van 6 tot 10 duimen. B.} (/) [Zie IVde Stuk pag. 7. Aanm, (/) en pag. 8. B.*] (D [De Heer Pallas noQmt\iQi zqXwq Bracbionus Tubifex^ ik helj'het derhalven/'j- pemaaker genoemt, Zy/? der Plantd. p. 114. no. 46. De Heer Schaeffer heeft het breedvoerig befchreeven, onder den naam van Blumen Polypen der fmfen zvasfer: hunne gedaante is kegelvormig, en de koker is bruin, glad, glanzig en als uit zeshoekige fi* guuren zaamengeftelt, het ligchaam is wit, en wanneer het Dier in rud is deekt het al¬ leen twee haakjes uit, gelyk de Klok Polypea, doch uit den koker komende verdeeld zig het oppereind in vier breede geboorde of gekamde bladen, welke eene beweeging hebben, gelyk aan die van het Rader Diertje. Het ligchaam loopt eerd rolrond word aan het midden dunner, en loopt fpilrond af, tot dat het met twee haakjes even als de - Raderdieren eindigt. Zie Schaeffer, /. lu feqq, tab% ï, 2. B.] V. Stuk, /](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b30519792_0167.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)


