Dierkundige beschouwingen, eeniger soorten van zeldzame dieren, door naauwkeurige beschryvingen, afbeeldingen en verhandelingen opgeheldert / vertaald, met aanmerkingen verrykt en thans op nieuw in 't licht gebragt [door P. Boddaert] [Anon].
- Peter Simon Pallas
- Date:
- [1770?]
Licence: Public Domain Mark
Credit: Dierkundige beschouwingen, eeniger soorten van zeldzame dieren, door naauwkeurige beschryvingen, afbeeldingen en verhandelingen opgeheldert / vertaald, met aanmerkingen verrykt en thans op nieuw in 't licht gebragt [door P. Boddaert] [Anon]. Source: Wellcome Collection.
184/226 page 24
![C ^24- ) doorzigtig paerelcoleur wit, en zeer fyn geflipt, het loopt van agter boogsgewyze en aan het einde van dezen boog, ligt een doorntje onder .deze groef ligt eene Iterke lange fpier, dewelke ondef het Borflfchild- je ingeplant word,deszelvs breedte beflaat twee derde van de borft, van agter aan den eerflen ring der rug word deszelvs pees kraakbeenig. .Deze fpier opligtende fcheidde zich dezelve in twee deelen in de lengte .onder deze vond ik cene andere fpier, welke door het midden van de borfl liep en als het waare deszelvs as uitmaakte ; deze fpier flaat loodrecht ten opzichte van de eerflen, aan wederzyden van deze fpie- ren ryzen er andere, welke fchuinfch uit den grond der borfl ryzen, en als het waare recht op flaan. Tusfchen deze worden de Vleugelen met flerke peezen ingeplant, zoo dat er eene aanmerkelyke kracht nodig is, om dezelve af te ruk¬ ken. Uit de geleeding ryzen er drie peezen, welke allengskens dunner en doorzichtiger worden, deze.hebben twee geleedingen, waar door de vleugel drie dubbeld l^n gevouwen worden. Tusfchen deze legd de vleugel gefpannen, zynde zeer dun en doorzigtig, aan wederzyden met zeer fyne hairtjes, die voorover leggen bezet; deze zyn zoo fyn, dat zy door het flerkfl vergrootendglas van het terug kaatzend Microscoop van Lieberkuhn, (het geen ^ duims brand punt heeft, en dus de opper¬ vlakte 27©4 vergroot) niet grooter dan een zeer fyn hairtje fchynen, aan de zyden der vleugelen flaan grootere hairtjes, die in eene fcherpe punt uitloopen, en doorzichtig zyn; eenige luchtblaasjes welke ik in de vleugel zag beveiligen de Proefneemingen, van de Heeren Reaumur en DE Geer, dat dezelve uit twee op elkander leggende plaatjes beflaan, onder de vleugelen ziet men de rug uit zes breede plaatjes beflaande, die byna zoo dik als perkament zyn, onder deze ringen laagen verfchei- den dwarsfe en in de lengte loopende fpieren; welke aan de zyde rand, en van agter aan het aars-fchild ingeplant waaren. Deze fchilden of rin¬ gen waaren met fyne vaaten doorweven. Het aars-fchild beflond uit twee op elkander leggende harde plaatjes, agter deze aan het laatfle buikfchild Rond de aars, welke een breede dwarfche opening had. In het Wyfje vond ik eenige Eyeren welke de grootte van Zandkor- relen hadden, en bruin van verw. De Lugtflippen, heb ik, hoe naauwkeurig ik zocht, niet konnen vinden. De Ingewanden waaren alle vergaan. [Deze befchryving van dit nieuw zoort van Torretje heb ik niet kon¬ nen na laaten om deszelvs zeldzaamheid , onder het Werk van de Heer Pallas in te voegen, welke vryheid ik hoop, dat de beminnaars der Natiiurlyke Hiilorie my ten beften zullen houden. Boddaert.] B E-](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b30519792_0184.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)


