Dierkundige beschouwingen, eeniger soorten van zeldzame dieren, door naauwkeurige beschryvingen, afbeeldingen en verhandelingen opgeheldert / vertaald, met aanmerkingen verrykt en thans op nieuw in 't licht gebragt [door P. Boddaert] [Anon].
- Peter Simon Pallas
- Date:
- [1770?]
Licence: Public Domain Mark
Credit: Dierkundige beschouwingen, eeniger soorten van zeldzame dieren, door naauwkeurige beschryvingen, afbeeldingen en verhandelingen opgeheldert / vertaald, met aanmerkingen verrykt en thans op nieuw in 't licht gebragt [door P. Boddaert] [Anon]. Source: Wellcome Collection.
203/226 page 13
![Want waar door veranderen de Coleuren meer dan door de Lugt- ftreek en voedzel ? leeren niet de dagelykfche voorbeelden , dat de koude der Noorder Landen en Alpifche Bergen, de meefte Dieren wit maakt, gelyk zommige Vosfen en de Haazen van de Bergen van Zwit- zerland en Scandinavien. De Canarie Vogels in Europa overgebracht, worden allengskens Melkwit. De Kalkhoenen , hebben hun natuurlyk zwart in onze Lugtflreek, in grys wit, geel enz. (c} veranderd. Wat toond meer de kracht van het voedzel en der verfcheiden ‘plaat- zen, dan in het geen wy in het Rundvee zien. Anson zegt in zyn Reis, dat de wilde Oflen van het Eiland Tinian dat eene van de Ladrones is, alle wit zyn. De Frieflche Oflen zyn gemeenlyk gevlakt, die van Hun* gariea en Podolien zyn gemeenlyk grys. Om niet te fpreeken, van de houding en geheele gedaante,, in de Huisdieren van verfcheiden Lan¬ den, welke men byna niet aan de gefleltheid van Lucht en Voedzel kan toefchryven. Wie zoude hebben durven gelooven , dat de Geflaarte Hoenderen in Virginien overgebracht, de Stuit en Staartvederen verloo- ren hebben, het geen ons echter de aanmerkingen van Clayton leeren (zie zyne Brieven in de MifcelL Cwm/. Lond. 1727. Svo vol.III.pag. 33. Zulke veranderingen kan men by Landziektens vergelyken, en worden miflehien door Landziekten voortgebracht. Hoe zullen wy anders den oorfprong der zwartvaale Hoenderen verklaaren, hoe de verandering van de Huid en van de Vederen een zagt dons; zy zyn byna afs de Zwarten in het Menfchlyk geflacht (J), of waar van daan de geelpootige Hoenderen, die egter een oud geflagt zyn , gelyk Plinius (Hifi, Nat. lib, X. cap, 5(5. ) ons leerd , anderer Vederen zyn zwart grys en wit door elkander, fchoon de huid over het geheele Ligchaam , als met geelzucht bezet is. Om dergelyke redenen, kan men, myns bedunkens de Kuiveny of pluim knobbels, welken men op de Ganzen^ Eenden, Kap^ duiven y Mosjes tn Kuifkanarien dikwyls vinddaar van afleiden.. Edoch al* Ie de Vogelen, welker hoofden Gekuifd zyn, hebben een eeltachtig vet onder het vel,dat niet natuurlyk Ichynt.. Ja dit bederf word door de lief¬ hebbers voort gezet, en w;anneer men^ fraay gekuifde Vogelen zaamen voegt, word de ziekte vermeerderd, en jongen met kaaje en zweerend Hoofden voortgebracht, gelyk men dit in de Canarie Vogelen ziet. * In geene zoort van Vogelen, ziet men deze zoort van ziekte meer dan. (O [Zelv leert de onderviuging, dat wit gelchilderde Vogelhokken, witte of met wit gevlakte Vogelen doet gebooren worden. B. ] ■ . Qd) De geleerde Buffon Hifi, Nat. Tom, F, zege, dat een Neger in Europa overge¬ bracht in het vierde geflacht zoo wit als een Earopeaan zal zyn , doch de dikke Lippen en' gewipte neus zal behouden. Dat’er noch'Lucht noch Voedzel toe doet, toont de nochU levende Negrin van Mylord Ruffd ( zie Algemeen Oeffènfch, B. 1 Bs](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b30519792_0203.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)


