Dierkundige beschouwingen, eeniger soorten van zeldzame dieren, door naauwkeurige beschryvingen, afbeeldingen en verhandelingen opgeheldert / vertaald, met aanmerkingen verrykt en thans op nieuw in 't licht gebragt [door P. Boddaert] [Anon].
- Peter Simon Pallas
- Date:
- [1770?]
Licence: Public Domain Mark
Credit: Dierkundige beschouwingen, eeniger soorten van zeldzame dieren, door naauwkeurige beschryvingen, afbeeldingen en verhandelingen opgeheldert / vertaald, met aanmerkingen verrykt en thans op nieuw in 't licht gebragt [door P. Boddaert] [Anon]. Source: Wellcome Collection.
205/226 page 15
![HET GESLACHT DER P AP EGAAIDUIKERS. ONder de zeldzaame en aanmerkensvvaardige Dieren van welke ik in het vervolg zal fpreeken, zal de Papegaaiduikers^ die de on¬ bekende golfen der Oofterlyke Zee bewoonen, en welker kennis wy aan de moeite van den grooten Stellerüs verfchuldigd zyn , de laatfte plaats niet bellaan. Deze voegen zich als het waare door verwantfchap en Natuurlyke opvolging by de Papegaaiduikers ^ fchoon zyalle met Bek¬ ken voorzien zyn , die van de tot heden bekende zoorten afwyken. Hierom zal ik het geheele geflacht ter loops doorloopen eer ik van de nieuwe zoorten fpreek. De eerfle zoort van Papegaai duikers , die zeer gemeen is onder de Palmpooten van de Noordzee, en onder den naam van Zeepapegaai (^Alca ardtica of Fratercula^ (a). geeft een zeer duidelyk kenteeken van het geflacht, de Bek namentlyk is zeergroot, rank byna half eirond, en met diepe dwarfle vooren duidelyk gegroefd, zomtyds een, (gelyfc in de jonge,) zomtyds twee of drie. Deze eenige in haar zoort met zulke eene mismaakte Bek, is tot nu toe bekend geweeft, en verfchilt, door de op verfcheiden wyzen verfchillenden Bek, zoo veel, dat Moeh- ^ RING en Brisson, dezelve in verfchiliende Geflachten gebracht hebben, de eerfle noemt hem Sphenifcus en de andere Fratercula^ gelyk hy reeds- by Gesnerus en Aldrovandus genoemd was. Maar het fchynt my toe , (en hier in ben ik metLiNNiEUs eens) dat een grootere of kleine¬ re Bek, noch hier, noch in andere deelen der Vogelkunde tot het on- derfcheiden Geflachts kenmerk dienen kan, wanneer andere kenteeke- nen, en de Beks omtrek dit afraaden. En fchoon de Bekken in de laat¬ fte zoorten van Papegaaidmkers, en vooral in de nieuwe welke ik op het laatft befchryven zal, geheel verfchillen, vind men aan dezelve echter ande- \ . (tf) Deze is de Lunda van Gesnerus av'. p, 725. Clus exot. pag. 36/, Noorfciihend,. WiLLUGBH. ornith. pag. 244. Raj Synop. p. 120. Albin oif, II. p. 73. tab. 78. 79. EdvvI birds tab. 358. de Zee Papegay der Nederlanders Martens reis Hoogd. tr Hamb. 1575, 4to pag. 64f.tab. k, litt. c. Fratercula [Brissornit VI. pag. 8i* tab. 6. f. 2. dAubent. pU enlum 275. Macareux. Linn. Óy/^. XII. p. 211. Sp* Fun.fuea, II,. 141. B.]](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b30519792_0205.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)


