Dierkundige beschouwingen, eeniger soorten van zeldzame dieren, door naauwkeurige beschryvingen, afbeeldingen en verhandelingen opgeheldert / vertaald, met aanmerkingen verrykt en thans op nieuw in 't licht gebragt [door P. Boddaert] [Anon].
- Peter Simon Pallas
- Date:
- [1770?]
Licence: Public Domain Mark
Credit: Dierkundige beschouwingen, eeniger soorten van zeldzame dieren, door naauwkeurige beschryvingen, afbeeldingen en verhandelingen opgeheldert / vertaald, met aanmerkingen verrykt en thans op nieuw in 't licht gebragt [door P. Boddaert] [Anon]. Source: Wellcome Collection.
206/226 page 16
![(lö) andere kenteekeiien, en middelzoortcn, die van de grootfle zam en ge¬ drukte der Zeepapegaai tot de kleine Kegelaehtige van de Groenlandfche Duif een agter een volgende overgang maakten {bf Uit deze Middelzoorten , moet de Ongevleugelde Papegaaiduiker of Noordfche Pingoin het eerfte in aanmerking koomen (r), met welke men de twee andere Pingoins , de Zuider Pengoin Qd) en de Caapfche welke LiNNiEUs, Phaeton en Diomedes Vogel genoemd heeft, moeten ge¬ voegd worden wyl zy door de Vinsgewyze Vleugelen met dezelve over een komen,fchoon zy in de gedaante van den Bek wat afwyken,fchoon de Heer Linnaeus goed gevonden heeft, dezelve tot de Gevleugelde te brengen, alhoewel zy en door het Gellachtsmerk, en in levenswyze van dezelve verfchillen, en door houding en levensaard veel nader aan de Papegaaiduikers komen, dit immers toont den Bek der laatlte, wiens gedaante en ruwheid, ais ook de Neusgaaten op den rand der Bek en het geknotte onderkaak Been, hem tot de Papegaaiduikers brengen, om niet te zeggen, dat de gedaante der Bek in het geheele Geflacht derPa- pegaaiduikeren onftandvaflig is. Ik zal hier ook geen voorbeeld aan¬ haaien, die het kenteeken verzwakken in de Water Vogelen, nament- ♦ lyk {h) [Schoon de Bekken der Vogelen het grootfte en voornaamfte kenmerk derGeflach- ten opgeeven, is het echter ten hoogllen moeylyk dezelve wel. te bepalen, wyl zommige zoo na aan elkander komen, dat men weinig of geen onderfcheid gewaar word, daar ech- rer zomtyds de gedaante van het ligchaam zeer veel verfchild, en ik zal in het vervolg van dit werk toonen, dat men de Geflachts Kenmerken, der Dieren inhetalgemeen en die der Vogelen in het byzonder, niet te veel kan vermenigvuldigen, en men ook de uiterlyke ge¬ daante van het Lichaam in aanmerking moet nemen B.] G) MergJiS Americantis Clus exot. pag. 103. Goerfugel. Id. pag. 367. Penguin Worm Muf. pag. 300. tob. 301. WiLUJC\i.Ornitb. pag. 244. tab. 65. Raj S^nopf p. 118. n. i. the Nord Penguin Edwards tab. i47.Chenalopes Moekring gen. av. 68. groote Pape- gaayduiker Brisson Ornitb, Vl.p. 85.tab7.LiNN.Syn:. XII. p. 210. Sp. 3.[d’Avbent. pl. eni. 367. Pengoin. Noordfche Pengoin Houtt. Nat. Hill. V. p. 83. n. 2.] Alle de Vogelkenners hebben het kenteeken der kunne waar door het Mannetje gemakkelyker van hetWyfjeon. derfcheiden word, verwaarloosd, namentlyk de eironde vlak welke de Mannetjes alleen hebben, in deze is ook de Bek fterker en dieper gegroefd, en eene groef is ’er wit, het geen men in de Wyfjes niet vind. Qd) Caapfche Pinguin Edw. birdi 49. Catarades Briss. ornitb. Vl.p. 102. Linn. .Sy/?. XU. pag. 219. Sp.2. Phaeton demerfus alwaar zy tot den Lepturm of hairftaat van Moeh- NjNG betrokken is. Zuider Pinguin Houtt. Nat. V. p. 131. tab. 38. f. 4. B.] G) Magellanfche Gans Clüsius exot p. 101. Briss Ornitb.Nl, p. 97. en p, 99. tab.9. Manchot DAUBENTic. 382. Diomedea demerfa. Linn. Syfl.XII. pag. 214. Sp''. i. alwaar zy ten onregte by den Albatros der Schry veren gevoegd is welke ’er zeer veel van verfchild, vergelyk d'Aubeiit. afbeeld. 237.met382. en Briss Vl.p. 126. met p. 99. ook is in het -Syfiema van den Heer Linn^us ten ^cbenifcuswooi Sphenifcus gefchreeven, Houtt.](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b30519792_0206.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)


