Dierkundige beschouwingen, eeniger soorten van zeldzame dieren, door naauwkeurige beschryvingen, afbeeldingen en verhandelingen opgeheldert / vertaald, met aanmerkingen verrykt en thans op nieuw in 't licht gebragt [door P. Boddaert] [Anon].
- Peter Simon Pallas
- Date:
- [1770?]
Licence: Public Domain Mark
Credit: Dierkundige beschouwingen, eeniger soorten van zeldzame dieren, door naauwkeurige beschryvingen, afbeeldingen en verhandelingen opgeheldert / vertaald, met aanmerkingen verrykt en thans op nieuw in 't licht gebragt [door P. Boddaert] [Anon]. Source: Wellcome Collection.
82/226 page 34
No text description is available for this image
No text description is available for this image
No text description is available for this image![I dikker dan een flroohalm, eenige keeren geflropt (^ConftriStim^ voor al op anderhalv duims affland (/;) van den aars, alwaar de keutels be¬ gonnen gezien te worden: de geheele lengte der dermen van de Portier tot aan den aars was naauwlyks fes duimen. De Melk (fig. 7. was vlak bladsgewyze aan de rechter zyde breeder en rond, aan de flinker, fcherp. De Lever was maansgewyze uitgefneeden, dik, van boven bolrond, van onder , door verfcheiden ’er tegen leggende ingewanden ongelyk , en half driekwabbig. De regter K^ab (^) was de kleinfte , diep in- gefneedcn^, van onder hoekig, van agter uitgehold, en aan het uiterfte met een klein puntje. De fniddeljle Kwab was grooter dan de twee an¬ deren zaamen, van de linker, zoo diep niet afgefcheiden , ruw eirond , van onder zeer hoekig en ongelyk. De Galblaas (^) was tuflchen de regter en midden Kwab zaamen gedrukt. De Nieren waaren zoo groot als een Hennip-zaadje, eirond, en in de tregters gewyze holte , was een Tepeltje dat kegelswyze en hoe¬ kig was, en groot. De Blaas (fig. 9) was klein zamen getrokken en geel. ■ De Ballen ^ y Txrcinrpn grnnf pn als een kleine erwt aan de binnen zyde (^) vlak en aan de andere zyde (r) bolrond. De EpU didymi waren byna vierkant, en als met een hoofdje van waar zy verdun¬ den. De afleidende buyzen duflus deferentes waaren groot, en in hun oorfprong kronkelig. De Zaadblaasjes waaren wat grooter als een graantje, byna rond, en lagen in holligheden die onder de Waterblaas ingefneeden zyn. Aan wederzyden der Blaas leggen de Projiatce of voorftanders , - (fig- 9- dd.') welke driehoekig zyn. En de Klieren vzn Kowper (fig. 9. 10. ee.') aan den grond der fchaft waaren zeer groot, byna als ae projlrata. De Schaft (fig» 9.10.) ryll: voor de Voorftanders zoo dra hy uit het bekken komt met een groote in tweeën gedeelde Ipierachtige bol. (fig. 9. 10, jf.) Het zenuwagtig ligchaam is taay, rolrond , en eindigt met een Kop (fig. 9. 10. gg.) die lang rolrond, en met een voor¬ huid gedekt is, en van binnen hol, en niet alleen met een los, ge¬ karteld Mondje gaapt maar van onder ook een fpleet in de lengte. heeft (j&) [Anderhalf duim feiquipoUicaris zegt het Latyn, doch ik geloof dat het femU foliicaris of een half duim moet zyn, wyl het geheele Dier maar 2' y* lang is, en de ingewanden der Borft, de Maag c» het klauwen der Darmen zaamen meer dan een duim heflaar,. B.]](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b30519792_0082.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)