Het worden, het leeven, de gezondheid, de ziekte en de dood des menschlijken ligchaams, volgends de leer van Brown ... / Naar het Hoogduitsch.
- Naegele, Anton, 1777-1817.
- Date:
- 1804
Licence: Public Domain Mark
Credit: Het worden, het leeven, de gezondheid, de ziekte en de dood des menschlijken ligchaams, volgends de leer van Brown ... / Naar het Hoogduitsch. Source: Wellcome Collection.
43/148 page 27
![(*7'> ip eene mijt (voor zoo ver zulks in deezen uioog- lijk was) eveu zoo fchoon tot volkomenheid ge- bragt , als in het zamenftel der gelieele aarde. Deswegen is eene mijt voor den onderzoeker reeds eene geheele waereld, en even zoo zeer een be- wijs voor eene weldoordagte oorzaak van haar ' aanzijn, als de waereld zulks voor haar eigen aan- weezen is. De Natuur moest dus de leevende ligchaamen eerst hunne eigene voleindiging laaten bereiken, eer zij derzelver zappen tot Scliepping van een nienw derde vorderen kon, Het tijdftip van tot de voortteeling gefchikt te ' zijn bij de menfchen noemt men den tijd der huwbaarheid; Deeze vangt in gemiddelde rekening bij de mannen aan met het i7de en bij de vrou- wen met het i4de jaarj en duurt even zoo in ge- middelde rekening bij de eerlten tot het solle bi] de laatften tot het 4olle jaar; doch ook rigt zieh de tijd van het beginnen der manbaarheid naar verfchillende omdandigheeden, en wel (<?) naar de luchts-gefleldheid; hoe warmer het Climaat is, des te vroeger ontwaakt de drift tot het andere geflacht; zoo vindt men landen, b. v. Perlien, waar de jonges niet zelden met elf en de meisjes met 9 jaaren huwbaar zijn; in koiide lan- den daaremegen ziet men gewoonlijk dat dee- ze drift eerst met het solle jaar ontflaat; (Z>) naar de leevenswijs: bij menfchen , die in goe- den welvaard leeven, vroeg geestige fpijzen of dranken gebruiken; vroeg wellustige voorlteliin- gen](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b22036490_0043.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)


